KC05/22-0066
Fondée
Compensation
KC - Brugge
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT – BEWIJS – CAMERABEELDEN – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT – TEGEMOETKOMING
Klager diende klacht in tegen een tuchtbeslissing. Naar aanleiding van een RAD werd ten aanzien van klager een tuchtprocedure ingesteld. In dat RAD werd geschreven dat klager had gediscussieerd, personen had beledigd en de opsteller van het RAD fysiek had bedreigd samen met enkele medegedetineerden. Klager vroeg op de tuchtzitting om de camerabeelden te bekijken. Uit het dossier valt voor de klachtencommissie niet af te leiden of de directie de camerabeelden al dan niet heeft bekeken. De directie heeft de feiten wel zonder meer bewezen geacht en klager hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd.
De klachtencommissie stelt dat er een vermoeden van objectiviteit uitgaat van een RAD. Dat vermoeden is echter weerlegbaar, wanneer een klager voldoende overtuigende tegenargumenten aanbrengt die twijfel doen bestaan over de juistheid van de informatie uit een RAD. De directie dient bij haar onderzoek ook steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen.
Wat betreft het opvragen en bekijken van camerabeelden, oordeelt de klachtencommissie dat dit nodig is indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. Dit kan het geval zijn indien de directie een RAD als enige basis hanteert om tot een tuchtbeslissing te komen, maar de gedetineerde tegenindicaties oproept zodat er gerede twijfel over het RAD ontstaat.
In de zaak van klager stelt de klachtencommissie vast dat de directie de camerabeelden heeft opgevraagd en bekeken na het nemen van de tuchtbeslissing. Uit deze laattijdige inwilliging blijkt dat de directie wel degelijk twijfelde over de in het RAD opgenomen feiten. De analyse van deze camerabeelden toonde bovendien aan dat de “beelden niet helemaal overeenkomen met het RAD”. De directie schrapte uit eigen initiatief al de tuchtsanctie uit het tuchtregister van klager. De klachtencommissie oordeelt dat de directie het verhaal van klager, dat blijkbaar toch gerede twijfel had doen rijzen over de juistheid van het RAD, verder had moeten onderzoeken vooraleer zij de tuchtrechtelijke inbreuken als bewezen kon beschouwen. De tuchtbeslissing is in strijd met de zorgvuldigheidsplicht.
De klacht is ontvankelijk en gegrond. Aangezien klager deze tuchtsanctie volledig heeft uitgezeten, kent de klachtencommissie hem een tegemoetkoming toe van 5 dagen extra individuele wandeling.
Klager diende klacht in tegen een tuchtbeslissing. Naar aanleiding van een RAD werd ten aanzien van klager een tuchtprocedure ingesteld. In dat RAD werd geschreven dat klager had gediscussieerd, personen had beledigd en de opsteller van het RAD fysiek had bedreigd samen met enkele medegedetineerden. Klager vroeg op de tuchtzitting om de camerabeelden te bekijken. Uit het dossier valt voor de klachtencommissie niet af te leiden of de directie de camerabeelden al dan niet heeft bekeken. De directie heeft de feiten wel zonder meer bewezen geacht en klager hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd.
De klachtencommissie stelt dat er een vermoeden van objectiviteit uitgaat van een RAD. Dat vermoeden is echter weerlegbaar, wanneer een klager voldoende overtuigende tegenargumenten aanbrengt die twijfel doen bestaan over de juistheid van de informatie uit een RAD. De directie dient bij haar onderzoek ook steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen.
Wat betreft het opvragen en bekijken van camerabeelden, oordeelt de klachtencommissie dat dit nodig is indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. Dit kan het geval zijn indien de directie een RAD als enige basis hanteert om tot een tuchtbeslissing te komen, maar de gedetineerde tegenindicaties oproept zodat er gerede twijfel over het RAD ontstaat.
In de zaak van klager stelt de klachtencommissie vast dat de directie de camerabeelden heeft opgevraagd en bekeken na het nemen van de tuchtbeslissing. Uit deze laattijdige inwilliging blijkt dat de directie wel degelijk twijfelde over de in het RAD opgenomen feiten. De analyse van deze camerabeelden toonde bovendien aan dat de “beelden niet helemaal overeenkomen met het RAD”. De directie schrapte uit eigen initiatief al de tuchtsanctie uit het tuchtregister van klager. De klachtencommissie oordeelt dat de directie het verhaal van klager, dat blijkbaar toch gerede twijfel had doen rijzen over de juistheid van het RAD, verder had moeten onderzoeken vooraleer zij de tuchtrechtelijke inbreuken als bewezen kon beschouwen. De tuchtbeslissing is in strijd met de zorgvuldigheidsplicht.
De klacht is ontvankelijk en gegrond. Aangezien klager deze tuchtsanctie volledig heeft uitgezeten, kent de klachtencommissie hem een tegemoetkoming toe van 5 dagen extra individuele wandeling.