KC05/21-0128
Fondée
Irrecevable
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TAAL - TUCHT
Een klacht bij de Klachtencommissie verbonden aan de gevangenis van Brugge moet in het Nederlands worden ingediend.
De klacht werd ingediend op een daartoe voorzien klachtenformulier en de bestreden beslissing alsook de betreffende gevangenis werd op het klachtenformulier door klager in het Nederlands genoteerd, doch de redenen waarom klager het niet eens is met de beslissing werden in het Armeens uiteengezet.
In de Basiswet wordt bepaald dat aan een gedetineerde die ongeletterd is of de taal van de op hem toepasselijke procedure niet kent, bijstand wordt verleend bij het opstellen van de klacht en bij de verdere afhandeling van de procedure. Volgens de directeur kan klager echter voldoende Nederlands en wordt ook in deze taal met hem gecommuniceerd. Tijdens de zitting heeft ook de Klachtencommissie kunnen vaststellen dat klager het Nederlands voldoende machtig is. De Klachtencommissie ziet dan ook geen reden om een uitzondering toe te staan op de regelgeving rond taal. De klacht is niet ontvankelijk wat het gedeelte in het Armeens betreft.
Na het bezoek werd het armbandje van klager afgenomen. Later bleek echter dat het armbandje toch toegelaten was. Het is de Klachtencommissie niet volledig duidelijk wie besloot om het armbandje van klager af te nemen. Wat wel vaststaat is dat deze beslissing het gevolg is van een foutieve communicatie tussen verschillende diensten van de gevangenis. De Klachtencommissie is van oordeel dat de directie in ieder geval heeft nagelaten er op toe te zien dat de toelatingsfiches correct werden opgevolgd, als gevolg waarvan de armband onterecht van klager werd afgenomen. De directie betwist de ontvankelijkheid op dit aspect ook zelf niet. De Klachtencommissie verklaart de klacht ontvankelijk en gegrond.
Naar aanleiding van de vondst van het armbandje werd ook een tuchtprocedure opgestart. De tuchtbeslissing is onwettig omdat het totaal niet duidelijk is waarop deze is gebaseerd. De klacht is gegrond.
Een klacht bij de Klachtencommissie verbonden aan de gevangenis van Brugge moet in het Nederlands worden ingediend.
De klacht werd ingediend op een daartoe voorzien klachtenformulier en de bestreden beslissing alsook de betreffende gevangenis werd op het klachtenformulier door klager in het Nederlands genoteerd, doch de redenen waarom klager het niet eens is met de beslissing werden in het Armeens uiteengezet.
In de Basiswet wordt bepaald dat aan een gedetineerde die ongeletterd is of de taal van de op hem toepasselijke procedure niet kent, bijstand wordt verleend bij het opstellen van de klacht en bij de verdere afhandeling van de procedure. Volgens de directeur kan klager echter voldoende Nederlands en wordt ook in deze taal met hem gecommuniceerd. Tijdens de zitting heeft ook de Klachtencommissie kunnen vaststellen dat klager het Nederlands voldoende machtig is. De Klachtencommissie ziet dan ook geen reden om een uitzondering toe te staan op de regelgeving rond taal. De klacht is niet ontvankelijk wat het gedeelte in het Armeens betreft.
Na het bezoek werd het armbandje van klager afgenomen. Later bleek echter dat het armbandje toch toegelaten was. Het is de Klachtencommissie niet volledig duidelijk wie besloot om het armbandje van klager af te nemen. Wat wel vaststaat is dat deze beslissing het gevolg is van een foutieve communicatie tussen verschillende diensten van de gevangenis. De Klachtencommissie is van oordeel dat de directie in ieder geval heeft nagelaten er op toe te zien dat de toelatingsfiches correct werden opgevolgd, als gevolg waarvan de armband onterecht van klager werd afgenomen. De directie betwist de ontvankelijkheid op dit aspect ook zelf niet. De Klachtencommissie verklaart de klacht ontvankelijk en gegrond.
Naar aanleiding van de vondst van het armbandje werd ook een tuchtprocedure opgestart. De tuchtbeslissing is onwettig omdat het totaal niet duidelijk is waarop deze is gebaseerd. De klacht is gegrond.