Ga verder naar de inhoud

KC05/21-0107

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT OP TEGENSPRAAK

Als besloten wordt om getuigen te horen, dient dit in principe in aanwezigheid van de gedetineerde te gebeuren. Als het horen van een getuige niet in aanwezigheid van de gedetineerde kan gebeuren, moet de inhoud van de getuigenverklaring op zijn minst aan de gedetineerde worden meegedeeld. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie na de tuchtrechtelijke hoorzitting is overgegaan tot het horen van twee getuigen, namelijk een celgenote en een beambte. Met deze getuigenverklaringen werd rekening gehouden bij het nemen van de tuchtbeslissing, zonder dat deze aan tegenspraak werden onderworpen. De klacht is gegrond.