KC04/26-0157
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - BEWIJS - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de hem toegewezen verblijfsruimte op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. Klager uitte ernstige bedreigingen. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s van 7, 8 en 10 augustus 2026. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de verschillende RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze drie kwalificaties correct zijn. Inzake de opzettelijke aantasting van de orde oordeelt de klachtencommissie echter dat, hoewel zij het op basis van de technische vaststellingen voldoende bewezen acht dat het brandalarm gemanipuleerd werd, de directie niet motiveert waarom ze klager hieraan schuldig acht. Klager was immers niet de enige aanwezige gedetineerde. Een andere celgenoot werd hiervoor overigens óók gesanctioneerd (cfr. KC04/26-0156). De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing dan ook voor wat betreft het gedeelte van de motivering dat verwijst naar het gemanipuleerde brandalarm. De klachtencommissie meent dat de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde echter overeind kan blijven aangezien het kloppen op de deur wel aan klager kan toegerekend worden. Klager kreeg 21 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de veelheid aan inbreuken ook zonder dat de manipulatie van het brandalarm aan klager kan toegerekend worden, redelijk.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.
- De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft het gedeelte van de motivering dat verwijst naar het gemanipuleerde brandalarm.
- De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de drie inbreuken en de opgelegde sanctie van 21 dagen ATV.
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de hem toegewezen verblijfsruimte op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. Klager uitte ernstige bedreigingen. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s van 7, 8 en 10 augustus 2026. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de verschillende RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze drie kwalificaties correct zijn. Inzake de opzettelijke aantasting van de orde oordeelt de klachtencommissie echter dat, hoewel zij het op basis van de technische vaststellingen voldoende bewezen acht dat het brandalarm gemanipuleerd werd, de directie niet motiveert waarom ze klager hieraan schuldig acht. Klager was immers niet de enige aanwezige gedetineerde. Een andere celgenoot werd hiervoor overigens óók gesanctioneerd (cfr. KC04/26-0156). De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing dan ook voor wat betreft het gedeelte van de motivering dat verwijst naar het gemanipuleerde brandalarm. De klachtencommissie meent dat de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde echter overeind kan blijven aangezien het kloppen op de deur wel aan klager kan toegerekend worden. Klager kreeg 21 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de veelheid aan inbreuken ook zonder dat de manipulatie van het brandalarm aan klager kan toegerekend worden, redelijk.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.
- De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft het gedeelte van de motivering dat verwijst naar het gemanipuleerde brandalarm.
- De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de drie inbreuken en de opgelegde sanctie van 21 dagen ATV.