KC04/26-0117
Non fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - SCHADE - REKENINGEN
Klager stelt dat er sprake is van racisme en gesprekken die niet doorgaan. In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager onvoldoende duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Hij vermeldt niet wie zich schuldig zou maken aan racisme of over welke gesprekken hij het heeft. De klachtencommissie wijst er bovendien op dat gedrag van het personeel dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de werkerslijst. De klachtencommissie stelt vast dat klager enkele dagen voor de klacht in het voorliggend dossier reeds een klacht indiende over zijn (gebrek aan) tewerkstelling. In het voorliggend dossier stelt klager dat de werkerslijst niet correct gevolg wordt. Hij staaft dit op geen enkele wijze. De klachtencommissie verwijst naar het dossier KC04/26-0106 waaruit bleek dat er weinig beweging was in de werkerslijst en dat de directie stelde dat klager geduld moest hebben. De klachtencommissie besloot dat er geen sprake was van een verzuim in hoofde van de directie om klager werk toe te kennen. De klachtencommissie meent dat de klacht in het voorliggend dossier geen nieuwe klacht betreft. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de terugbetaling van een raampje dat hij kapot maakte. Ten eerste stelt klager dat het schadebedrag dat hij moet terugbetalen te hoog is. De klachtencommissie stelt vast dat de schade dateert van 25 augustus 2024. Klager verklaarde zich op 10 juli 2025 akkoord met een afbetalingsplan voor deze (en andere) schade waarvan hij terugbetaling verschuldigd was. Het bedrag van het schadegeval van 25 augustus 2024 werd bepaald op 610,68 EUR. Volgens de klachtencommissie kan klager niet meer op ontvankelijke wijze klacht indienen inzake de beslissing tot het terugbetalen van deze schade van 2024 noch over de hoogte van het schadebedrag zoals vastgelegd in het afbetalingsplan van 2025, aangezien de termijn hiervoor ruim overschreden is. De klacht is voor dit deel niet-ontvankelijk. Ten tweede stelt klager dat hetgeen hij afbetaalde niet wordt afgehouden en dat zijn schuld inzake het kapot raampje dan ook ongewijzigd blijft. De klachtencommissie stelt vast dat er voor klager een afbetalingsplan werd opgemaakt voor een totaal bedrag van 937,10 EUR, waarvan 302,05 EUR voor de terugbetaling van sociale leningen en 635,05 EUR voor de vergoeding van schade (waarvan 610,68 EUR voor de schade aan het winket). Klager heeft toegezegd dat er maandelijks automatisch 30 EUR van zijn inkomsten uit penitentiaire arbeid mogen afgehouden worden. Tot op heden werd er dan ook negen keer een bedrag van 30 EUR afgehouden, en één keer slechts 16 EUR. Dat klager zijn schuld inzake het kapot raampje schijnbaar ongewijzigd blijft ondanks dat er bedragen werden afgehouden is volgens de klachtencommissie louter te wijten aan het feit dat het totale bedrag dat hij verschuldigd is zeer hoog is en nog andere bedragen dan de schade aan het raampje omvat. In het voorliggend dossier kan de klachtencommissie geen onregelmatigheden vaststellen inzake de afhouding van bedragen voor terugbetaling van schade door de boekhouding. De klacht is ongegrond.
Klager stelt dat er sprake is van racisme en gesprekken die niet doorgaan. In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager onvoldoende duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Hij vermeldt niet wie zich schuldig zou maken aan racisme of over welke gesprekken hij het heeft. De klachtencommissie wijst er bovendien op dat gedrag van het personeel dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de werkerslijst. De klachtencommissie stelt vast dat klager enkele dagen voor de klacht in het voorliggend dossier reeds een klacht indiende over zijn (gebrek aan) tewerkstelling. In het voorliggend dossier stelt klager dat de werkerslijst niet correct gevolg wordt. Hij staaft dit op geen enkele wijze. De klachtencommissie verwijst naar het dossier KC04/26-0106 waaruit bleek dat er weinig beweging was in de werkerslijst en dat de directie stelde dat klager geduld moest hebben. De klachtencommissie besloot dat er geen sprake was van een verzuim in hoofde van de directie om klager werk toe te kennen. De klachtencommissie meent dat de klacht in het voorliggend dossier geen nieuwe klacht betreft. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de terugbetaling van een raampje dat hij kapot maakte. Ten eerste stelt klager dat het schadebedrag dat hij moet terugbetalen te hoog is. De klachtencommissie stelt vast dat de schade dateert van 25 augustus 2024. Klager verklaarde zich op 10 juli 2025 akkoord met een afbetalingsplan voor deze (en andere) schade waarvan hij terugbetaling verschuldigd was. Het bedrag van het schadegeval van 25 augustus 2024 werd bepaald op 610,68 EUR. Volgens de klachtencommissie kan klager niet meer op ontvankelijke wijze klacht indienen inzake de beslissing tot het terugbetalen van deze schade van 2024 noch over de hoogte van het schadebedrag zoals vastgelegd in het afbetalingsplan van 2025, aangezien de termijn hiervoor ruim overschreden is. De klacht is voor dit deel niet-ontvankelijk. Ten tweede stelt klager dat hetgeen hij afbetaalde niet wordt afgehouden en dat zijn schuld inzake het kapot raampje dan ook ongewijzigd blijft. De klachtencommissie stelt vast dat er voor klager een afbetalingsplan werd opgemaakt voor een totaal bedrag van 937,10 EUR, waarvan 302,05 EUR voor de terugbetaling van sociale leningen en 635,05 EUR voor de vergoeding van schade (waarvan 610,68 EUR voor de schade aan het winket). Klager heeft toegezegd dat er maandelijks automatisch 30 EUR van zijn inkomsten uit penitentiaire arbeid mogen afgehouden worden. Tot op heden werd er dan ook negen keer een bedrag van 30 EUR afgehouden, en één keer slechts 16 EUR. Dat klager zijn schuld inzake het kapot raampje schijnbaar ongewijzigd blijft ondanks dat er bedragen werden afgehouden is volgens de klachtencommissie louter te wijten aan het feit dat het totale bedrag dat hij verschuldigd is zeer hoog is en nog andere bedragen dan de schade aan het raampje omvat. In het voorliggend dossier kan de klachtencommissie geen onregelmatigheden vaststellen inzake de afhouding van bedragen voor terugbetaling van schade door de boekhouding. De klacht is ongegrond.