Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0097

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager heeft een klacht ingediend omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door twee getuigen van het personeel. Hoewel in de klacht een bredere context van het incident wordt geschetst door de advocaat van klager, blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting duidelijk dat klager zelf toegegeven heeft dat hij de bedreigingen heeft geuit en dat hij de agenten van DAB ‘op hun plaats heeft gezet’, en dit omdat hij zich respectloos en racistisch behandeld voelde. De klachtencommissie is van oordeel dat klager op een andere manier op deze situatie had moeten reageren. Het was niet aan klager om, zoals klager zelf heeft gesteld, de agenten van DAB op hun plaats te zetten, en al zeker niet om dergelijke bedreigingen te uiten. De uitspraak ‘jullie gaan sebiet alle 3 mijn platte hand krijgen’ vormt volgens de klachtencommissie dan ook een bedreiging van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat, in tegenstelling tot wat in de klacht wordt gesteld, dergelijk gedrag wel degelijk gesanctioneerd mag worden, ook al heeft klager nadien de-escalerend gehandeld door vrijwillig terug te gaan.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV, waarvan vier dagen voorwaardelijk. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreide tuchtregister van klager en gelet op het feit dat de directie heeft rekening gehouden met het feit dat klager geen verder agressief gedrag heeft gesteld en zelf vrijwillig is teruggekeerd om de situatie de de-escaleren, door meer dan de helft van de sanctie voorwaardelijk op te leggen. Er is bijgevolg ook geen sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel.