TUCHT - SANCTIE
Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Klager haalt ter tuchtzitting aan dat het om wettige zelfverdediging ging. Ook in zijn klacht stelt hij dat hij eigenlijk het slachtoffer is, aangezien het RAD duidelijk vermeldt dat hij eerste slagen toegediend kreeg. De klachtencommissie leest in het verslag van de tuchtzitting dat klager verklaarde dat hij de gedetineerde, nadat deze hem een kopstoot gaf, een slag terug heeft gegeven. Ook heeft hij hem weggeduwd met een ‘duwende trap’. De handelingen die klager stelde waren volgens de klachtencommissie initieel uitgelokt door het gedrag van de medegedetineerde, doch hetgeen hij uiteindelijk deed oversteeg wel de zelfverdediging. De klachtencommissie acht de kwalificatie daarom correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de opgelegde sanctie, hoewel binnen het wettelijk maximum, onredelijk zwaar was, nu een deel van de reactie van klager inderdaad uitgelokt werd door de kopstoot van de medegedetineerde. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk voor wat betreft de sanctie en stelt haar uitspraak in de plaats (artikel 158, §3, 2° Basiswet). De klachtencommissie spreekt een sanctie van 5 dagen ATV uit. De klachtencommissie vindt het niet opportuun om een tegemoetkoming toe te kennen.
Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Klager haalt ter tuchtzitting aan dat het om wettige zelfverdediging ging. Ook in zijn klacht stelt hij dat hij eigenlijk het slachtoffer is, aangezien het RAD duidelijk vermeldt dat hij eerste slagen toegediend kreeg. De klachtencommissie leest in het verslag van de tuchtzitting dat klager verklaarde dat hij de gedetineerde, nadat deze hem een kopstoot gaf, een slag terug heeft gegeven. Ook heeft hij hem weggeduwd met een ‘duwende trap’. De handelingen die klager stelde waren volgens de klachtencommissie initieel uitgelokt door het gedrag van de medegedetineerde, doch hetgeen hij uiteindelijk deed oversteeg wel de zelfverdediging. De klachtencommissie acht de kwalificatie daarom correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de opgelegde sanctie, hoewel binnen het wettelijk maximum, onredelijk zwaar was, nu een deel van de reactie van klager inderdaad uitgelokt werd door de kopstoot van de medegedetineerde. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk voor wat betreft de sanctie en stelt haar uitspraak in de plaats (artikel 158, §3, 2° Basiswet). De klachtencommissie spreekt een sanctie van 5 dagen ATV uit. De klachtencommissie vindt het niet opportuun om een tegemoetkoming toe te kennen.