Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0039

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure d'ordre
ARBEID - ONTSLAG

De klacht gaat over een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Beveren.

Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze arbeid en dit aan de gedetineerden die om arbeid hebben verzocht. Ook het ontnemen van werk is een beslissing die in principe toekomt aan de directeur. De Basiswet voorziet niet in een specifieke procedure voor de afzetting van werk van een gedetineerde. Uit de dossierstukken blijkt dat klager tewerkgesteld was als keukenmedewerker.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. Bovendien benadrukt de directie dat klager herhaaldelijk zonder geldige reden afwezig was, ondanks eerdere waarschuwingen en gesprekken. De klachtencommissie besluit dan ook niet tot een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur (de hoorplicht). De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.