Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0035

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de twee RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van de twee RAD’s.

De directie kwalificeerde de feiten in verband met het gevecht als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en de feiten in verband met de cannabisgeur als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

Als derde inbreuk kruiste de directie aan dat klager zich schuldig maakt aan het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. De klachtencommissie verduidelijkt dat de passage uit het huishoudelijk reglement die de gedetineerde wijst op zijn plicht om er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort, een loutere overname is van het algemene gedragsvoorschrift van artikel 106, §1 Basiswet (hetgeen de directie tussen haakjes ook aanhaalt). Deze bepaling in het huishoudelijk reglement roept op zichzelf géén tuchtinbreuk in het leven. Het niet respecteren van deze passage kan dus niet opgevat worden als een overtreding van het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie meent dan ook dat deze inbreuk geschrapt dient te worden.

Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 21 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. Volgens de klachtencommissie is dit nog steeds het geval na schrapping van de inbreuk van het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet).

De klacht is deels gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuken van artikel 129, 1° Basiswet en artikel 129, 7° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde tuchtsanctie van 21 dagen ATV.