TUCHT - BEWIJS
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij vindt dat alles is verzonnen. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD uitgebreid en gedetailleerd werd opgesteld. Uit de vaststellingen blijkt dat klager initieel de bevelen van de beambte niet heeft opgevolgd. Klager ontkent ook niet dat hij onderweg naar zijn cel alsnog is teruggekeerd naar het leslokaal. De uitspraak van klager tegenover de beambte dat ze moest opletten en dat hij veel sterker was dan haar, blijkt ook uit het RAD en werd bevestigd door klager tijdens de zitting van de klachtencommissie. De klachtencommissie is van oordeel dat deze uitspraken bedreigend overkomen. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De opgelegde tuchtsanctie was dus wettig. De directeur besliste ook om de voorwaardelijk opgelegde tuchtsanctie van twee dagen ATV van 27.11.2025 in uitvoering te brengen. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtregister van klager dat acht pagina’s bevat. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij vindt dat alles is verzonnen. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD uitgebreid en gedetailleerd werd opgesteld. Uit de vaststellingen blijkt dat klager initieel de bevelen van de beambte niet heeft opgevolgd. Klager ontkent ook niet dat hij onderweg naar zijn cel alsnog is teruggekeerd naar het leslokaal. De uitspraak van klager tegenover de beambte dat ze moest opletten en dat hij veel sterker was dan haar, blijkt ook uit het RAD en werd bevestigd door klager tijdens de zitting van de klachtencommissie. De klachtencommissie is van oordeel dat deze uitspraken bedreigend overkomen. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De opgelegde tuchtsanctie was dus wettig. De directeur besliste ook om de voorwaardelijk opgelegde tuchtsanctie van twee dagen ATV van 27.11.2025 in uitvoering te brengen. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtregister van klager dat acht pagina’s bevat. Om deze redenen is de klacht ongegrond.