Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0237

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RELIGIE

De directie heeft een tuchtsanctie opgelegd van 5 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en 2) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s en het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager geen gehoor gaf aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en de instructies van het personeel niet correct heeft opgevolgd (stoppen met bidden op de wandeling en het gordijn weghalen in zijn cel) en het huishoudelijk reglement niet heeft nageleefd (“Het inrichten van de ruimte mag echter het doorzoeken van de verblijfsruimte in geen geval verhinderen”, “buitenmuren, ramen en traliewerk mogen niet afgedekt worden”, p. 8 van het huishoudelijk reglement, versie van 23 januari 2024).

Wat het bidden op de wandeling betreft wenst de klachtencommissie het volgende te verduidelijken. De basiswet voorziet dat iedere gedetineerde het recht heeft om zijn godsdienst of zijn levensbeschouwing individueel en in gemeenschap met anderen te beleven en te belijden met inachtneming van de rechten van anderen. In dit dossier stelt de vraag zich of het verbod om te bidden op de wandeling een beperking van dit recht inhoudt.

De directie verantwoordt het verbod door te verwijzen naar het risico van incidenten op de wandeling aangezien het openlijk belijden van de godsdienst als aanstootgevend kan worden beschouwd. De klachtencommissie verwijst naar de beslissing van de klachtencommissie van Dendermonde van 09/11/2023 (KC06/23-0118). In dit dossier werd een imam over de tijdstippen van de gebeden bevraagd. De desbetreffende imam heeft toen het volgende meegedeeld: “(…) Ik vertelde hem ook dat er niets mis mee was als hij de gebedstijd met tien of twintig minuten miste, en hij kan dit uitstellen tot na de wandeling en op cel bidden nadien, of moet hij op zijn cel blijven. (…) Ik zei ook dat wij soms in de Moskee wachten tot 20 min na de oproep tot het gebed, en de Islam is een religie van gemak, niet een religie van ontberingen, en wij moeten de Islam niet moeilijk maken. (…)”.

Gelet op voormelde blijkt dat de vastgestelde bidmomenten niet dwingend zijn. Klager kan op andere momenten bidden. Dit hoeft niet noodzakelijk tijdens de wandeling te gebeuren. Er wordt aan klager geen verbod om te bidden opgelegd. Klager kan immers altijd bidden wanneer hij op cel zit.

De klachtencommissie acht het verbod om te bidden op de wandeling redelijk. De zorg om veiligheid primeert hier boven het recht op het belijden van een godsdienst. Bovendien wordt het klager niet helemaal onmogelijk gemaakt om te bidden tijdens de bidmomenten. De godsdienstvrijheid van klager is dus geenszins geschonden.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De directie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 08.12.2025 niet gegrond.