KC04/25-0191
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Fouille à corps
TUCHT - ONTSLAG - FOUILLERING - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Tijdens een celcontrole werd immers een grote hoeveelheid aan medicatie aangetroffen alsook een sigaret met een verdachte substantie. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door twee andere beambten die getuige waren van de drugsgeur. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij niets van cannabis rookt en de drugsgeur afkomstig zou zijn van een leeg pakje tabak. De klachtencommissie hecht echter geen geloofwaardigheid aan deze stelling van klager. Zowel tijdens de fouillering op het lichaam als in het pakje tabak werd de geur van cannabis vastgesteld door drie penitentiaire beambten, en dit meteen na de wandeling. Daarenboven werd vastgesteld dat hij bloeddoorlopen ogen had en een verwarde indruk maakte. De klachtencommissie is van mening dat het niet geloofwaardig is dat een leeg pakje tabak, dat klager van zijn cel naar de wandeling meenam, een sterke drugsgeur bevat, terwijl er geen drugs zouden hebben ingezeten. Bovendien werd tijdens de fouillering ook nog eens een sterke geur vastgesteld bij het uitdoen van de broek van klager. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient klacht in tegen zijn ontslag. De klachtencommissie stelt vast dat klager onder situatie 3 van de richtlijnen valt, namelijk de gedetineerde begaat een tuchtinbreuk die niet tot gevolg heeft dat hij niet meer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is. Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft klager “zijn tewerkstelling behoudt voor de duur van de sanctie, tenzij de onmogelijkheid om te gaan werken voortvloeit uit de opgelegde sanctie”. De klachtencommissie stelt vast dat de richtlijnen in deze situatie bepalen dat, indien na afloop van de sanctie het werk niet meer beschikbaar is, de gedetineerde om die reden niet terug aan het werk kan, dit hem duidelijk mondeling of schriftelijk moet worden meegedeeld. Doordat klager naar aanleiding van de tuchtinbreuk intern gemuteerd werd en het werk in de ateliers enkel beschikbaar is voor gedetineerden die in het open regime verblijven, kon klager niet meer aan het werk. De klachtencommissie stelt vast dat de directie klager hiervan mondeling op de hoogte heeft gebracht.
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Tijdens een celcontrole werd immers een grote hoeveelheid aan medicatie aangetroffen alsook een sigaret met een verdachte substantie. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door twee andere beambten die getuige waren van de drugsgeur. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij niets van cannabis rookt en de drugsgeur afkomstig zou zijn van een leeg pakje tabak. De klachtencommissie hecht echter geen geloofwaardigheid aan deze stelling van klager. Zowel tijdens de fouillering op het lichaam als in het pakje tabak werd de geur van cannabis vastgesteld door drie penitentiaire beambten, en dit meteen na de wandeling. Daarenboven werd vastgesteld dat hij bloeddoorlopen ogen had en een verwarde indruk maakte. De klachtencommissie is van mening dat het niet geloofwaardig is dat een leeg pakje tabak, dat klager van zijn cel naar de wandeling meenam, een sterke drugsgeur bevat, terwijl er geen drugs zouden hebben ingezeten. Bovendien werd tijdens de fouillering ook nog eens een sterke geur vastgesteld bij het uitdoen van de broek van klager. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient klacht in tegen zijn ontslag. De klachtencommissie stelt vast dat klager onder situatie 3 van de richtlijnen valt, namelijk de gedetineerde begaat een tuchtinbreuk die niet tot gevolg heeft dat hij niet meer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is. Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft klager “zijn tewerkstelling behoudt voor de duur van de sanctie, tenzij de onmogelijkheid om te gaan werken voortvloeit uit de opgelegde sanctie”. De klachtencommissie stelt vast dat de richtlijnen in deze situatie bepalen dat, indien na afloop van de sanctie het werk niet meer beschikbaar is, de gedetineerde om die reden niet terug aan het werk kan, dit hem duidelijk mondeling of schriftelijk moet worden meegedeeld. Doordat klager naar aanleiding van de tuchtinbreuk intern gemuteerd werd en het werk in de ateliers enkel beschikbaar is voor gedetineerden die in het open regime verblijven, kon klager niet meer aan het werk. De klachtencommissie stelt vast dat de directie klager hiervan mondeling op de hoogte heeft gebracht.