Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0187

Non fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Disciplinaire Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TUCHT - FOUILLE LICHAAM - REGIMEMUTATIE - ONTSLAG

Klager heeft een klacht ingediend tegen de voorlopige maatregel van 22.09.2025. De klachtencommissie meent dat uit de rapporten en de motivering van de voorlopige maatregel inderdaad blijkt dat klager een bedreiging uitmaakte voor de fysieke integriteit van personen in de gevangenis aangezien hij zich opstandig gedroeg tegenover het personeel en hij door zijn vermijdende houding het vermoeden had gewekt dat hij mogelijks in het bezit was van gevaarlijke voorwerpen. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel van de plaatsing in de beveiligde cel werd opgelegd conform de Basiswet en in dit dossier gerechtvaardigd was. De beslissing is wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier ook de categorie bijzondere veiligheidsmaatregel heeft aangekruist en de datum 22.09 heeft ingevuld. De directie deelde in haar verweer mee dat er geen BVM werd opgelegd. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk is.

Klager dient klacht in tegen een fouillering op het lichaam van 24.09.2025. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager niet meewerkte met de fouille aan de kledij én zijn handen niet zichtbaar maakte. Klager weigerde aldus mee te werken aan de standaard veiligheidsprocedure. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie meent dat, hoewel de individuele aanwijzing waarnaar verwezen wordt, voor het eerst aanwezig was tijdens het tuchtincident van 22 september 2025, ze nog steeds actueel was op 24 september 2025, de dag dat de bestreden fouillering op het lichaam werd opgelegd. De klacht is ongegrond.

Klager diende klacht in tegen de tuchtbeslissing van 24.09.2025. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de erin beschreven feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie van 5 dagen ATV wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen de regimemutatie en het daaruit voortvloeiende verlies van werk. De klachtencommissie is eveneens van mening dat het weigeren van het doorlopen van veiligheidsprocedures niet verzoenbaar is met een verblijf op het open regime. Klager werd afdoende geïnformeerd van de reden van de mutatie. Volgens de klachtencommissie was de beslissing tot regimemutatie wettelijk en redelijk. Dat klager niet langer kon werken in het atelier vloeide voort uit de regimemutatie die door de klachtencommissie als wettelijk en redelijk werd beschouwd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de dienstnota heeft gevolgd. De klachtencommissie kan op dit punt dan ook geen onregelmatigheden vaststellen. De klacht is ongegrond.