KC04/25-0177
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - ARBEID - ONTSLAG - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - MOTIVERING
Uit het verweer van de directie blijkt dat klager onderworpen werd aan een naaktfouille. Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door een directielid worden bevolen en bovendien moet er sprake zijn van individuele aanwijzingen waardoor er een vermoeden is dat de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouille uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouille heeft plaatsgevonden aan de gedetineerde. Om na te gaan of de naaktfouille werd opgedragen door een directeur en of die beslissing afdoende werd gemotiveerd, heeft de klachtencommissie een kopie van de schriftelijke beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam nodig. De directie kan deze kopie echter niet bezorgen omdat zij de beslissing niet kan terugvinden. Gelet op het ontbreken van een schriftelijke gemotiveerde beslissing heeft de directie verzuimd aan haar verplichting op basis van artikel 108, §2, eerste lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk. Gelet op de schending van een artikel van de Basiswet is de klacht ook gegrond.
Klager verklaart dat hij tijdens zijn vijf dagen ATV van een beambte had vernomen dat hij zijn werk als sportfatiek kwijt was toen de beambte zijn werkkleren kwam ophalen. De directie verklaart dat zij na het opleggen van de vijf dagen ATV aan klager zo snel mogelijk een nieuwe sportfatiek moest zoeken omdat gedetineerden niet kunnen sporten zonder sportfatiek. Gelet op de tijdelijke onmogelijkheid van klager om te gaan werken, heeft de directie hem dus ontslagen en vervangen. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen als sportfatiek. Klager heeft bovendien slechts terloops kennis gekregen van zijn ontslag doordat een beambte zijn werkkleren is komen ophalen tijdens zijn ATV-sanctie. Uit het verweer van de directie blijkt ook niet dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job. Hij is louter ontslagen omdat hij gedurende zijn vijf dagen ATV niet mocht deelnemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband, zoals zijn werk als sportfatiek. Gelet op deze omstandigheden is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, bovenop de vijf dagen ATV, hetgeen in strijd is met artikel 143, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Om deze redenen is de klacht gegrond. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job als sportfatiek onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst hiervoor geplaatst te worden. Bijgevolg komt de gegrondverklaring van de klacht overeen met de gevraagde tegemoetkoming van klager zodat de klachtencommissie geen andere tegemoetkoming toekent.
Uit het verweer van de directie blijkt dat klager onderworpen werd aan een naaktfouille. Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door een directielid worden bevolen en bovendien moet er sprake zijn van individuele aanwijzingen waardoor er een vermoeden is dat de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouille uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouille heeft plaatsgevonden aan de gedetineerde. Om na te gaan of de naaktfouille werd opgedragen door een directeur en of die beslissing afdoende werd gemotiveerd, heeft de klachtencommissie een kopie van de schriftelijke beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam nodig. De directie kan deze kopie echter niet bezorgen omdat zij de beslissing niet kan terugvinden. Gelet op het ontbreken van een schriftelijke gemotiveerde beslissing heeft de directie verzuimd aan haar verplichting op basis van artikel 108, §2, eerste lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk. Gelet op de schending van een artikel van de Basiswet is de klacht ook gegrond.
Klager verklaart dat hij tijdens zijn vijf dagen ATV van een beambte had vernomen dat hij zijn werk als sportfatiek kwijt was toen de beambte zijn werkkleren kwam ophalen. De directie verklaart dat zij na het opleggen van de vijf dagen ATV aan klager zo snel mogelijk een nieuwe sportfatiek moest zoeken omdat gedetineerden niet kunnen sporten zonder sportfatiek. Gelet op de tijdelijke onmogelijkheid van klager om te gaan werken, heeft de directie hem dus ontslagen en vervangen. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen als sportfatiek. Klager heeft bovendien slechts terloops kennis gekregen van zijn ontslag doordat een beambte zijn werkkleren is komen ophalen tijdens zijn ATV-sanctie. Uit het verweer van de directie blijkt ook niet dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job. Hij is louter ontslagen omdat hij gedurende zijn vijf dagen ATV niet mocht deelnemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband, zoals zijn werk als sportfatiek. Gelet op deze omstandigheden is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, bovenop de vijf dagen ATV, hetgeen in strijd is met artikel 143, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Om deze redenen is de klacht gegrond. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job als sportfatiek onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst hiervoor geplaatst te worden. Bijgevolg komt de gegrondverklaring van de klacht overeen met de gevraagde tegemoetkoming van klager zodat de klachtencommissie geen andere tegemoetkoming toekent.