Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0159

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De directie heeft een tuchtsanctie van 19 dagen ATV opgelegd voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke aantasting van de orde.

De Basiswet stelt geen bijzonder bewijsstelsel in. Een gevangenisdirecteur kan zich voor het bewijs van het tuchtrechtelijk feit niet alleen steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe om, binnen de grenzen van de redelijkheid, de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. Een RAD is een gegeven waarop de directie haar beoordeling van het bestaan en de ernst van de feiten kan steunen.

Dit neemt niet weg dat wanneer de feiten worden betwist, het de directie toekomt om rekening te houden met het verweer van de gedetineerde om de bewijswaarde van het RAD te beoordelen. In haar onderzoek dient de directie steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen. Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken wanneer de gedetineerde hiernaar vraagt, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. De directie beslist in dat geval autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Zij dient zich wel alle nuttige informatie te laten bezorgen voor de beoordeling van de zaak.

Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. In het RAD worden de betrokken gedetineerden visueel herkend door de beambten. De precieze handelingen die zij stelden, werden op voldoende gedetailleerde wijze beschreven in het RAD. Anderzijds vindt de klachtencommissie niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het eerste RAD. De directie hoefde in dit dossier de camerabeelden niet te bekijken en kon zich voor het schuldig verklaren van klager aan de feiten louter op het (duidelijke) RAD baseren.

De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directie kon de feiten ook omschrijven als de “opzettelijke aantasting van de orde”.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten (water op de gang, brandalarm laten afgaan, ...) beschreven in de RAD’s als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV . De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 19 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.