Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0153

Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Pas de décision du directeur
BEVOEGDHEID - TUCHT - VM - INTERNE VEILIGHEID

1. De klacht over het openen van het winket is niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing te nemen.

2. De klacht tegen de bijzondere bewaking is niet-ontvankelijk. Uit het verweer van de directie blijkt dat de medische dienst de beslissing tot het opleggen van bijzondere bewaking, waarbij klager om de 15 minuten werd gezien door een beambte, heeft genomen. Dit betreft geen beslissing die werd genomen door of namens de directie. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie.

3. De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk, maar niet gegrond. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager de fysieke integriteit van een medegedetineerde had aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.

4. De klacht over de tuchtbeslissing van 28/08/2025 is ontvankelijk, maar niet gegrond. Wat betreft de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen is de klachtencommissie van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat omdat de betrokken medegedetineerde zijn vrouw aan het beledigen was, hij dit niet kon laten gebeuren. De directie heeft de camerabeelden bekeken en afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. Wat betreft het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties is de klachtencommissie eveneens van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld. Klager verblijft in een monocel en de substantie werd gevonden in zijn pakje met sigarettenblaadjes. De klachtencommissie hecht geen geloofwaardigheid aan de stelling van klager dat de beambte deze substantie zelf aan het pakket zou hebben toegevoegd. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. Wat betreft het geen gevolg geven aan de bevelen van het personeel blijkt uit het RAD dat klager meermaals de camera in zijn veiligheidscel heeft afgeplakt met toiletpapier, ondanks het bevel van de beambte om dit niet te doen. Klager ontkent dit ook niet tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.

5. De klacht over de leden van de PSD is niet-ontvankelijk.

6. De klacht over de transfert is niet-ontvankelijk. Een beslissing inzake overplaatsing wordt overeenkomstig artikel 18, § 1 van de Basiswet genomen door ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen. Het betreft géén beslissing van de directeur.

7. De klacht tegen het gedrag van een bepaalde beambte is niet-ontvankelijk. De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.

8. De klacht over de directeur is niet-ontvankelijk. Een klacht die handelt over een specifiek lid van de directie betreft geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager.

9. De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk, maar niet gegrond. Uit de motivering en het RAD blijkt duidelijk dat klager een gevaar vormde voor de interne veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.

10. De klacht over de tuchtbeslissing van 03/09/2025 is ontvankelijk, maar niet gegrond. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld en ook ondertekend werden door een getuige van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaat klager hoofdzakelijk in op andere feiten die niet aan de grondslag van deze tucht lagen. In zijn verschillende klachtenformulieren stelt klager dat het rapport vals zou zijn, maar geeft geen concrete uitleg over de zich voorgedane situatie. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.

11. De klacht over de medische dienst is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst.

12. De klacht over het blokkeren van een telefoonnummer is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie heeft hierover op 02/09/2025 uitspraak gedaan in het dossier met referentie KC04/25-0145-0146-0147-0148. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

13. De klacht over de telefoon is niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing te nemen.