KC04/25-0128
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - VERBODEN MIDDELEN - MUTATIE - ONTSLAG
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien waren drie beambten van het personeel getuige van de vastgestelde cannabisgeur. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende een onderzoek heeft gevoerd na de vaststelling van de cannabisgeur door drie verschillende beambten van het personeel. Zo werd een celcontrole uitgevoerd en werd daarbij zichtbaar op het bureau een bolletje wc-papier met afgeknipte vingerstukken van latexhandschoenen gevonden. Die zijn niet vrij verkrijgbaar in de gevangenis, maar wel in de grootkeuken van de gevangenis waar klager werkte op het moment van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten en haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze uitgeoefend. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient daarnaast klacht in tegen de celmutatie. Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat klager op 14/07/2025 werd gemuteerd van het halfopen regime naar een vleugel met een gesloten regime. Uit het verweer van de directie blijkt dat de reden hiervoor was dat het gedrag van klager dat niet compatibel was met een verblijf op het gestructureerd open regime.Klager verbleef op een open regime waar een nultolerantie geldt voor druggebruik en werd hierover ingelicht.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot regimemutatie niet onwettig is. De beslissing is om bovengenoemde redenen ook niet onredelijk of onbillijk.
Klager dient tot slot klacht in tegen zijn ontslag. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling nam en de gedetineerde hiervan op de hoogte gebracht is door de directie, wat blijkt uit het verweer en gelet op de ingediende klacht. De klachtencommissie acht het ook niet onredelijk of onbillijk dat de tewerkstellingsfunctie van klager gedurende zijn verblijf in ATV moest worden ingevuld door een andere gedetineerde om het goede verloop van de grootkeuken te vrijwaren.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien waren drie beambten van het personeel getuige van de vastgestelde cannabisgeur. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende een onderzoek heeft gevoerd na de vaststelling van de cannabisgeur door drie verschillende beambten van het personeel. Zo werd een celcontrole uitgevoerd en werd daarbij zichtbaar op het bureau een bolletje wc-papier met afgeknipte vingerstukken van latexhandschoenen gevonden. Die zijn niet vrij verkrijgbaar in de gevangenis, maar wel in de grootkeuken van de gevangenis waar klager werkte op het moment van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten en haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze uitgeoefend. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient daarnaast klacht in tegen de celmutatie. Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat klager op 14/07/2025 werd gemuteerd van het halfopen regime naar een vleugel met een gesloten regime. Uit het verweer van de directie blijkt dat de reden hiervoor was dat het gedrag van klager dat niet compatibel was met een verblijf op het gestructureerd open regime.Klager verbleef op een open regime waar een nultolerantie geldt voor druggebruik en werd hierover ingelicht.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot regimemutatie niet onwettig is. De beslissing is om bovengenoemde redenen ook niet onredelijk of onbillijk.
Klager dient tot slot klacht in tegen zijn ontslag. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling nam en de gedetineerde hiervan op de hoogte gebracht is door de directie, wat blijkt uit het verweer en gelet op de ingediende klacht. De klachtencommissie acht het ook niet onredelijk of onbillijk dat de tewerkstellingsfunctie van klager gedurende zijn verblijf in ATV moest worden ingevuld door een andere gedetineerde om het goede verloop van de grootkeuken te vrijwaren.