Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0125

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - WANDELING - MOTIVERING

De klacht gaat over de tuchtbeslissing van 27/06/2025 genomen door de directie van de gevangenis van Beveren na een incident tussen klager en een medegedetineerde tijdens het lossen van de wandeling. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 27/06/2025 omdat hij meent dat de beschuldiging onterecht is. Hij vindt dat er ook fouten staan in de beslissing.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk opgesteld werd en ondertekend werd door een getuige van het personeel. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij zijn medegedetineerde niet trachtte aan te vallen, maar de klachtencommissie stelt vast dat de inbreuk ‘opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’, niet werd aangeduid op de tuchtbeslissing. De klachtencommissie hecht geen geloofwaardigheid aan de verklaring van klager dat hij enkel iets wou vragen aan zijn medegedetineerde. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en gelet op het tuchtregister van klager.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.