KC04/25-0112
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – MEDIA
Klager heeft een klacht ingediend tegen het opleggen van een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing en over een tv-toestel op cel.
- Over de voorlopige maatregel
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat er gevaar bestond voor de orde en de veiligheid. Klager werd uitgesloten van deelname aan de volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten, namelijk ‘tewerkstelling’.
Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager weigerde om de beambten in zijn cel binnen te laten, de weg versperde en meermaals bevelen negeerde. Ook moest de dienst interventie van de gevangenis tussenkomen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel kon worden opgelegd omdat klager op dat ogenblik niet meer zijn tewerkstelling als sectiediender kon uitvoeren gelet op de orde en de veiligheid binnen de gevangenis. Gelet op de feiten was de beslissing tot uitsluiting van tewerkstelling ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Over de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. Daarnaast heeft klager geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager op het einde zelf dat hij beseft dat hij niet correct is geweest. De klachtencommissie besluit hieruit dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De beslissing blijft bestaan.
- Over het tv-toestel op cel
Klager is het niet eens met het feit dat het tv-toestel op zijn nieuwe cel werd afgenomen. Hij stelt dat hij al veel betaald zou hebben voor de schade aan zijn vorige tv-toestellen, namelijk bijna alles, en dat het verplicht is om hem een tv op cel te geven.
Uit het verweer van de directie blijkt dat klager op een korte periode al zeven televisietoestellen opzettelijk heeft beschadigd waardoor zijn schuld aanzienlijk is opgelopen. Hij heeft een openstaande schuld van 2.870,85 EUR aan opzettelijke beschadiging, waarvan nog 679,89 EUR openstaan voor schade aan tv-toestellen. Tot op heden zou klager slechts 86,00 EUR hebben afbetaald.
De directie meent dat klager nog steeds geen 15% heeft betaald waardoor hij nog geen nieuw televisietoestel op cel had. Gezien het veelvoud aan door klager beschadigde televisietoestellen werd door de directie ondertussen bekeken of hij een beeldscherm achter plexiglas kan krijgen. De directie heeft dit plexiglas besteld, maar deze werd nog niet geleverd. Op die manier zou klager TV kunnen kijken zonder het risico dat hij schade kan toebrengen aan het toestel. Gelet op voormelde elementen meent de klachtencommissie dat de beslissing van de directie niet onwettelijk, onredelijk of onbillijk is.
Om deze redenen is de klacht kennelijk niet gegrond. De beslissing blijft bestaan.
Klager heeft een klacht ingediend tegen het opleggen van een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing en over een tv-toestel op cel.
- Over de voorlopige maatregel
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat er gevaar bestond voor de orde en de veiligheid. Klager werd uitgesloten van deelname aan de volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten, namelijk ‘tewerkstelling’.
Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager weigerde om de beambten in zijn cel binnen te laten, de weg versperde en meermaals bevelen negeerde. Ook moest de dienst interventie van de gevangenis tussenkomen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel kon worden opgelegd omdat klager op dat ogenblik niet meer zijn tewerkstelling als sectiediender kon uitvoeren gelet op de orde en de veiligheid binnen de gevangenis. Gelet op de feiten was de beslissing tot uitsluiting van tewerkstelling ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Over de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. Daarnaast heeft klager geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager op het einde zelf dat hij beseft dat hij niet correct is geweest. De klachtencommissie besluit hieruit dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De beslissing blijft bestaan.
- Over het tv-toestel op cel
Klager is het niet eens met het feit dat het tv-toestel op zijn nieuwe cel werd afgenomen. Hij stelt dat hij al veel betaald zou hebben voor de schade aan zijn vorige tv-toestellen, namelijk bijna alles, en dat het verplicht is om hem een tv op cel te geven.
Uit het verweer van de directie blijkt dat klager op een korte periode al zeven televisietoestellen opzettelijk heeft beschadigd waardoor zijn schuld aanzienlijk is opgelopen. Hij heeft een openstaande schuld van 2.870,85 EUR aan opzettelijke beschadiging, waarvan nog 679,89 EUR openstaan voor schade aan tv-toestellen. Tot op heden zou klager slechts 86,00 EUR hebben afbetaald.
De directie meent dat klager nog steeds geen 15% heeft betaald waardoor hij nog geen nieuw televisietoestel op cel had. Gezien het veelvoud aan door klager beschadigde televisietoestellen werd door de directie ondertussen bekeken of hij een beeldscherm achter plexiglas kan krijgen. De directie heeft dit plexiglas besteld, maar deze werd nog niet geleverd. Op die manier zou klager TV kunnen kijken zonder het risico dat hij schade kan toebrengen aan het toestel. Gelet op voormelde elementen meent de klachtencommissie dat de beslissing van de directie niet onwettelijk, onredelijk of onbillijk is.
Om deze redenen is de klacht kennelijk niet gegrond. De beslissing blijft bestaan.