Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0094

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 06/05/2025 over een vermeende diefstal van een nageltang van de medische dienst. Klager stelt dat hij enkel zijn eigen nageltang mee had naar zijn cel en geen diefstal probeerde te plegen. Klager vraagt gratis belwaarde of gratis tv als compensatie.

Hoewel op het klachtenformulier de precieze datum van de tuchtbeslissing ontbreekt, is de klachtencommissie van oordeel dat voldoende duidelijk werd uiteengezet tegen welke tuchtbeslissing klager precies klacht heeft ingediend. De advocaat van klager beschrijft immers gedetailleerd om welke feiten het gaat, namelijk om een vermeende diefstal van een nageltang van de medische dienst. Bovendien heeft de advocaat van klager naar aanleiding van het verweer van de directie op 14/05/2025 diezelfde dag nog de precieze datum van de tuchtrechtelijke hoorzitting bezorgd aan de klachtencommissie. Tot slot werd de klacht ingediend twee dagen na de bestreden tuchtbeslissing. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager de feiten, maar uit het RAD blijkt duidelijk hoe klager in eerste instantie de nageltang van de medische dienst wou meenemen, wat werd verhinderd door een beambte, en vervolgens na afname van de nageltang de nagelknipper van de medische dienst heeft meegenomen naar zijn cel. De klachtencommissie is van oordeel dat voldoende onderzoek werd verricht doordat de opsteller van het RAD eveneens navraag bij de medische dienst heeft gedaan over de nageltang. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie in de motivering van haar beslissing ook verwijst naar eerdere feiten van wederrechtelijke ontvreemding van goederen van de inrichting.

De tuchtsanctie was wettig.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.