Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0093

Non fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Disciplinaire Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - ORDEMAATREGEL - TUCHT

De klacht betreft het feitelijk handelen van een beambte, een afzetting van werk, een BVM, een voorlopige maatregel van 24/04/2025 en een tuchtbeslissing van 25/04/2025.

De Klachtencommissie is enkel bevoegd voor klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur genomen worden. Een klacht die handelt over het gedrag van een penitentiair beambte behoort niet tot het toepassingsgebied van het klachtenrecht. Deze klacht is niet-ontvankelijk.

Een klacht tegen een BVM en een afzetting van werk valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Volgens de directie van de gevangenis van Beveren is er geen BVM en afzetting van werk op het moment van het indienen van de klacht voorhanden. De klacht is om deze redenen kennelijk niet-ontvankelijk.

De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op de houding en het gedrag van klager (fysieke agressie gepleegd tegenover de beambten), kon de directie beslissen dat er sprake was van een aantasting van de interne veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen. De klacht tegen de voorlopige maatregel is om deze redenen ongegrond.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden tuchtbeslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie stelt derhalve vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel en de omvang van de feiten. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als streng, maar passend. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.