Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0050

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens klager heeft hij niets te maken met de verwondingen van zijn celgenoot. Hij stelt dat zijn celgenoot zichzelf verwond heeft. Hoewel die beweert dat klager hem geslagen zou hebben, is dat volgens klager absoluut niet waar. Hij voelt zich valselijk beschuldigd en kreeg hiervoor 30 dagen ATV.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat beide RAD’s duidelijk werden opgesteld. Bij het tweede RAD waren bovendien drie getuigen van de feiten. Hoewel klager blijft ontkennen dat hij zijn celgenoot zou hebben aangevallen, acht de klachtencommissie zijn verklaring van de feiten ongeloofwaardig. Op basis van de vaststellingen van het RAD – waaronder duidelijke sporen van geweld, bloed op de grond, de verwondingen en de gemanipuleerde messen – is het onwaarschijnlijk dat de celgenoot uit zijn bed zou zijn gevallen. Ook het verslag van de maandcommissaris bevestigt dat het gaat om opzettelijke verwondingen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.

Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.