Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0341

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht betreft twee veiligheidsmaatregelen bezoek opgelegd door de directie van de gevangenis van Beveren.

Een klacht tegen een veiligheidsmaatregel inzake bezoek behoort tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Hoewel de ordemaatregel werd opgelegd ten aanzien van twee specifieke bezoekers van klager, is deze ook te beschouwen als een ordemaatregel ten aanzien van klager. Zijn bezoekrecht met de twee betrokken bezoekers werd hierdoor immers gedurende twee maanden ingeperkt.

De klachtencommissie stelt vast dat de maatregel werd opgelegd ingevolge het aantreffen van een onbekende vloeistof tijdens het bezoek aan klager op 8 november 2024. Uit de beslissing blijkt dat het personeel vaststelde dat de bezoekers een onbekende vloeistof met de geur sterk gelijkend op alcohol en verstopt in een verpakking van een verzorgingsproduct in een paar schoenen, trachtte binnen te brengen tijdens het bezoek aan klager. Dit staat ook te lezen in het RAD van 8 november 2024, dat werd ondertekend door twee getuigen.

De directie meent dat de veiligheid van het personeel, bezoekers en gedetineerden sterk afhangt van het naleven van de wetten en regels omtrent bezoek. Zij meent dat er maatregelen moeten worden genomen wanneer iemand zich niet aan deze wetten en regels houdt.

De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat er onduidelijkheid is over de aard van de substantie. Hoewel de beambte de geur beschrijft als een chemische of alcoholische geur, is het volgens de klachtencommissie niet ondenkbaar dat een geneesmiddel een alcoholische of chemische geur heeft. Het is dus onzeker dat het flesje een andere vloeistof bevatte dan het geneesmiddel (Elocom), en dat het – bijvoorbeeld – alcohol betrof.

Wat vaststaat, is dat de bezoekers een voorwerp hebben trachten binnen te brengen dat niet voorkomt in de limitatieve lijst van voorwerpen die een bezoeker in de gevangenis mag binnenbrengen. In die zin werd de bezoekregeling niet nageleefd en kon de directie, gelet op de plek waar het voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs aannemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen, waardoor zij de maatregel kon opleggen.

De klachtencommissie stelt voor het overige vast dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De beslissing is aldus wettig.

Bovendien meent de klachtencommissie dat de maatregel niet onredelijk of onbillijk is. De maatregel is een effectieve manier om smokkel van niet toegelaten voorwerpen of substanties via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn bezoekers kan zien in het kader van glasbezoek.

Om deze reden is de klacht niet gegrond.