KC04/24-0229
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht is tweedelig en betreft:
- een tuchtbeslissing;
- een ordemaatregel.
1. De tuchtbeslissing
Klager kreeg een tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
In het RAD - ondertekend door vijf getuigen - beschrijft een beambte de geurwaarnemning van cannabis in klagers cel. Klager geeft ter zitting toe dat hij cannabis gebruikt heeft, en kadert dit in zijn gezondheidstoestand. Gelet op de vaststellingen uit het RAD (dat werd ondertekend door zes personeelsleden) en klagers verklaringen op zitting, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. Klager kreeg zeven dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
2. De ordemaatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van verschillende incidenten die zich hebben voorgedaan sinds klager op het open regime verblijft. In de ordemaatregel wordt vermeld dat verboden substanties niet thuishoren op een open regime en dat deze het gezonde samenlevingsklimaat volledig ontregelen. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat het vertonen van ontwrichtend gedrag niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
De ordemaatregel doet zich dan ook niet voor als een verdoken tuchtsanctie of onredelijke ordemaatregel, nu in de motivering ook wordt verwezen naar een historiek van voorgaande incidenten op het open regime. De maatregel is bovendien niet definitief van aard, in die zin dat klager na zijn verplichte mutatie wel onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kan indienen zodat hij terug op de werkerslijst wordt geplaatst en een nieuwe kans kan krijgen op het open regime.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht is tweedelig en betreft:
- een tuchtbeslissing;
- een ordemaatregel.
1. De tuchtbeslissing
Klager kreeg een tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
In het RAD - ondertekend door vijf getuigen - beschrijft een beambte de geurwaarnemning van cannabis in klagers cel. Klager geeft ter zitting toe dat hij cannabis gebruikt heeft, en kadert dit in zijn gezondheidstoestand. Gelet op de vaststellingen uit het RAD (dat werd ondertekend door zes personeelsleden) en klagers verklaringen op zitting, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. Klager kreeg zeven dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
2. De ordemaatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van verschillende incidenten die zich hebben voorgedaan sinds klager op het open regime verblijft. In de ordemaatregel wordt vermeld dat verboden substanties niet thuishoren op een open regime en dat deze het gezonde samenlevingsklimaat volledig ontregelen. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat het vertonen van ontwrichtend gedrag niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
De ordemaatregel doet zich dan ook niet voor als een verdoken tuchtsanctie of onredelijke ordemaatregel, nu in de motivering ook wordt verwezen naar een historiek van voorgaande incidenten op het open regime. De maatregel is bovendien niet definitief van aard, in die zin dat klager na zijn verplichte mutatie wel onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kan indienen zodat hij terug op de werkerslijst wordt geplaatst en een nieuwe kans kan krijgen op het open regime.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.