KC04/24-0201
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
VEILIGHEID - ORDEMAATREGEL - GEZONDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht is viervoudig en betreft:
- een inbeslagname van klagers radio
- een ordemaatregel
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De inbeslagname
Artikel 45,§ 2 van de Basiswet voorziet dat de gedetineerde het recht heeft om de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels. Uit het dossier blijkt duidelijk dat klagers radio werd afgenomen omwille van brandveiligheidsgevaar. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van artikel 45, §2 van de Basiswet kon besluiten dat klager dit (tijdelijk) niet langer op cel kon hebben, aangezien het een risico kon vormen voor de veiligheid in de gevangenis. Op de zitting van de klachtencommissie is bovendien gebleken dat klager zijn radio ondertussen terug heeft. De klacht is ongegrond.
2. De ordemaatregel
Klager kreeg een ordemaatregel waarop een foute naam genoteerd stond. De klachtencommissie merkt op dat het daarom mogelijk niet duidelijk was dat er een ordemaatregel ten aanzien van klager werd genomen. Echter, op de zitting van de klachtencommissie is duidelijk gebleken dat de directie dit meteen (+-1 uur later) heeft rechtgezet. Klager was wel degelijk op de hoogte van het feit dat er ten aanzien van hem een ordemaatregel werd genomen.
Klager voert aan dat hij op een rokerscel werd geplaatst door de ordemaatregel. De klachtencommissie merkt op dat er in PI Beveren enkel medische niet-rokerscellen zijn. De overige cellen zijn niet per se “rokerscellen”, maar hierin kan een roker worden geplaatst, evenals een niet-roker. De blootstelling aan passief roken kan een schending van artikel 3 EVRM zijn in combinatie met andere elementen, maar is op zichzelf geen schending van artikel 3 EVRM. In het geval van klager worden er geen andere elementen gestaafd, waardoor de beslissing om klager, als niet-roker, bij rokers te plaatsen, niet onwettig is.
3. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat de directie redelijkerwijze kon oordelen dat klager gedrag – blokkeren van de deur, waarbij fysieke druk op de deur van beambten geen soelaas biedt – de interne veiligheid aantast. Hierbij is minstens een gevaar aanwezig dat goederen – de cel(deur) – worden beschadigd.
4. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie merkt allereerst op dat klager de feiten niet ontkent. Hij verklaart dat de gevonden voorwerpen aan hem toebehoren. Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV opgelegd. Dit is de wettelijke maximumsanctie. Gegeven klager zijn tuchtrechtelijke antecedenten, en meer bepaald het feit dat hij in april 2022 reeds eerder een tuchtsanctie ontving voor dezelfde tuchtinbreuk, meent de klachtencommissie dat de tuchtsanctie, hoewel streng, niet onredelijk is.
De klacht is viervoudig en betreft:
- een inbeslagname van klagers radio
- een ordemaatregel
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De inbeslagname
Artikel 45,§ 2 van de Basiswet voorziet dat de gedetineerde het recht heeft om de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels. Uit het dossier blijkt duidelijk dat klagers radio werd afgenomen omwille van brandveiligheidsgevaar. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van artikel 45, §2 van de Basiswet kon besluiten dat klager dit (tijdelijk) niet langer op cel kon hebben, aangezien het een risico kon vormen voor de veiligheid in de gevangenis. Op de zitting van de klachtencommissie is bovendien gebleken dat klager zijn radio ondertussen terug heeft. De klacht is ongegrond.
2. De ordemaatregel
Klager kreeg een ordemaatregel waarop een foute naam genoteerd stond. De klachtencommissie merkt op dat het daarom mogelijk niet duidelijk was dat er een ordemaatregel ten aanzien van klager werd genomen. Echter, op de zitting van de klachtencommissie is duidelijk gebleken dat de directie dit meteen (+-1 uur later) heeft rechtgezet. Klager was wel degelijk op de hoogte van het feit dat er ten aanzien van hem een ordemaatregel werd genomen.
Klager voert aan dat hij op een rokerscel werd geplaatst door de ordemaatregel. De klachtencommissie merkt op dat er in PI Beveren enkel medische niet-rokerscellen zijn. De overige cellen zijn niet per se “rokerscellen”, maar hierin kan een roker worden geplaatst, evenals een niet-roker. De blootstelling aan passief roken kan een schending van artikel 3 EVRM zijn in combinatie met andere elementen, maar is op zichzelf geen schending van artikel 3 EVRM. In het geval van klager worden er geen andere elementen gestaafd, waardoor de beslissing om klager, als niet-roker, bij rokers te plaatsen, niet onwettig is.
3. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat de directie redelijkerwijze kon oordelen dat klager gedrag – blokkeren van de deur, waarbij fysieke druk op de deur van beambten geen soelaas biedt – de interne veiligheid aantast. Hierbij is minstens een gevaar aanwezig dat goederen – de cel(deur) – worden beschadigd.
4. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie merkt allereerst op dat klager de feiten niet ontkent. Hij verklaart dat de gevonden voorwerpen aan hem toebehoren. Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV opgelegd. Dit is de wettelijke maximumsanctie. Gegeven klager zijn tuchtrechtelijke antecedenten, en meer bepaald het feit dat hij in april 2022 reeds eerder een tuchtsanctie ontving voor dezelfde tuchtinbreuk, meent de klachtencommissie dat de tuchtsanctie, hoewel streng, niet onredelijk is.