KC04/24-0192
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - REGIMEMUTATIE
De eerste klacht betreft een tuchtbeslissing.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor twee inbreuken van de tweede categorie, nl. ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ (inbreuken van de tweede categorie). Klager ontkent de persoon op cel te hebben geweigerd, maar begrijpt niet waarom er een derde persoon wordt toegelaten op een duocel. De directie ontkent dat het een duocel is. Klager ontkent ook dat hij een beambte ‘vuile janet’ heeft genoemd. Daar zouden getuigen van zijn, maar die namen werden niet op het rapport genoteerd.
Gelet op de vaststellingen uit het RAD dat nauwkeurig werd opgesteld, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie acht die kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
Klager kreeg zeven dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De tweede klacht betreft een ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van verschillende incidenten die zich hebben voorgedaan. In de ordemaatregel wordt vermeld dat klager systematisch ontwrichtend gedrag vertoonde, wat volgens de directie niet hoort op een open regime. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat het vertonen van ontwrichtend gedrag niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
De ordemaatregel doet zich dan ook niet voor als een verdoken tuchtsanctie of onredelijke ordemaatregel, nu in de motivering ook wordt verwezen naar een historiek van voorgaande incidenten op het open regime. De maatregel is bovendien niet definitief van aard, in die zin dat een mutatie naar het open regime opnieuw kan worden geëvalueerd na drie maanden.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De eerste klacht betreft een tuchtbeslissing.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor twee inbreuken van de tweede categorie, nl. ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ (inbreuken van de tweede categorie). Klager ontkent de persoon op cel te hebben geweigerd, maar begrijpt niet waarom er een derde persoon wordt toegelaten op een duocel. De directie ontkent dat het een duocel is. Klager ontkent ook dat hij een beambte ‘vuile janet’ heeft genoemd. Daar zouden getuigen van zijn, maar die namen werden niet op het rapport genoteerd.
Gelet op de vaststellingen uit het RAD dat nauwkeurig werd opgesteld, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie acht die kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
Klager kreeg zeven dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De tweede klacht betreft een ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van verschillende incidenten die zich hebben voorgedaan. In de ordemaatregel wordt vermeld dat klager systematisch ontwrichtend gedrag vertoonde, wat volgens de directie niet hoort op een open regime. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat het vertonen van ontwrichtend gedrag niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
De ordemaatregel doet zich dan ook niet voor als een verdoken tuchtsanctie of onredelijke ordemaatregel, nu in de motivering ook wordt verwezen naar een historiek van voorgaande incidenten op het open regime. De maatregel is bovendien niet definitief van aard, in die zin dat een mutatie naar het open regime opnieuw kan worden geëvalueerd na drie maanden.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.