Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0146

Non fondée Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur
STAKING - TELEFONIE - ZORGPLICHT - TUCHT

De klacht is drievoudig en betreft:
- het niet mogen bellen tijdens ATV
- een onveiligheidsgevoel
- het te laat eindigen van ATV

1. Het niet mogen bellen tijdens ATV

Wat betreft het bellen met klagers advocaat:

Artikel 17 van de wet van 23 maart 2019 “betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel” bepaalt dat de gedetineerde minstens op dagelijkse basis bezoek mag ontvangen van zijn advocaat. Deklachtencommissie meent dat het begrip “bezoek” ruim geïnterpreteerd dient te worden en niet enkel het fysiek bezoek van de advocaat omvat, maar eveneens telefonisch “bezoek” of correspondentie. Een te enge interpretatie van dit begrip als enkel omvattende fysiek bezoek, zou het recht op bijstand aanzienlijk uithollen.

De directie heeft in haar verweer niet weerlegd dat klager niet elke dag kon bellen naar zijn advocaat. Ze leidt dit af uit het feit dat de directie aanvoert dat klager “meerdere dagen de kans heeft gekregen om te bellen naar zijn advocaat”. De directie spreekt niet van “elke dag”. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden om de klacht van klager, waarin hij aanhaalt dat hem het recht om naar zijn advocaat te bellen werd ontzegd, als onwaar aan te nemen. De klacht is gegrond.

Wat betreft het bellen met klagers familie:

Klager heeft bevestigd dat hij wel degelijk met zijn familie heeft kunnen bellen tijdens zijn ATV, zij het dat dit werd beperkt tot één telefoongesprek per week.

Aangezien klager minstens één keer per week de mogelijkheid heeft gehad om zijn familie te bellen, heeft de directie voldaan aan haar verplichtingen inzake de minimumdienstverlening tijdens een staking, zoals gewaarborgd door artikel 17 van de wet van 23 maart 2019.

2. Het onveiligheidsgevoel

Klager voert verder aan dat hij zich niet veilig voelt op zijn sectie omwille van een geschil met medegedetineerden.

Zowel uit de klacht van klager, als uit het verweer van de directie blijkt dat de directie een gesprek is aangegaan met de gedetineerden waarmee klager een conflict zou hebben. Uit beide kanten van het verhaal blijkt ook dat deze medegedetineerden aangaven geen conflict te hebben met klager. In tegenstelling tot de directie echter, meent klager dat de directie hiermee onvoldoende stappen heeft ondernomen om zijn veiligheid te garanderen.

De klachtencommissie meent dat de directie onmogelijk op alle potentiële conflicten kan anticiperen. Klager geeft zelf aan de klachtencommissie “preventief” aan te schrijven. M.a.w. er is op heden geen sprake van een specifiek incident dat zich heeft voorgedaan. De klachtencommissie meent dat de directie op zo’n moment niet meer kan doen dan een gesprek aangaan met alle betrokken partijen. Wanneer hieruit vervolgens blijkt dat klagers medegedetineerden aangeven geen conflict te hebben met klager, is het niet onredelijk dat de directie geen verdere stappen onderneemt. Bovendien blijkt uit het verweer dat er wel degelijk wordt gezocht naar een oplossing door de directie. Klager staat op de wachtlijst van het open regime. Wegens het feit dat hij op een medische monocel zit, is er op heden geen beschikbaarheid. De klachtencommissie neemt deze logistieke realiteit in acht bij de beoordeling van de redelijkheid van het handelen van de directie.

3. Het te laat eindigen van tucht

Klagers ATV liep af op 10/5 om 11u30. Hij voert aan dat zijn telefoon op cel om 14u11 nog steeds niet geactiveerd was. De directie weerlegt dit niet in haar verweer, noch geeft ze enige uitleg waarom klagers telefoon niet werd geactiveerd om 11u30, bij het aflopen van zijn tuchtsanctie. De klachtencommissie kan dan ook niets anders dan een onwettigheid vaststellen, aangezien een deel van de tuchtsanctie langer werd opgelegd dan bedoeld was.

Om die reden is de klacht gegrond.