Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0131

Non fondée Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - KWALIFICATIE INBREUK

De klacht betreft:
- een voorlopige maatregel;
- een tuchtbeslissing.

1. De voorlopige maatregel
Ten aanzien van klager werd een voorlopige maatregel genomen tot een verplicht verblijf in de hem toegewezen verblijfsruimte. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vondst van het voorwerp redelijkerwijze kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. Zij kon dus een voorlopige maatregel opleggen.
Klager stelt in zijn klacht dat hij niets heeft vernomen tot 17u00. Hij zou een ‘zogezegd gevaar’ zijn, maar liep al die tijd toch vrij rond. Hoewel de beslissing pas om 15u54 voor kennisname werd aangeboden, heeft de voorlopige maatregel aanvang genomen om 10u30, dus meteen na het incident. De klachtencommissie meent dat de beweringen van klager geen steun vinden in de tijdsaanduiding in de beslissing.
De eerste klacht is niet gegrond.

2. De tuchtbeslissing
Klager kreeg een tuchtsanctie van 21 dagen ATV voor het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (een inbreuk van de eerste categorie ).
Gelet op de vaststellingen uit de gedetailleerde rapporten, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als ‘het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ (een inbreuk van de eerste categorie ).
De klachtencommissie meent dat deze tuchtinbreuk slaat op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn. Dat was in casu niet het geval. Het zelfgemaakte ‘steekwapen’, een aangescherpte houten staak met een handvat van papier omwikkeld met plastiek folie, dat in klagers jaszak werd gevonden is geen verboden wapen volgens de wapenwetgeving. Dit voorwerp is echter niet toegelaten in de gevangenis op basis van het huishoudelijk reglement.
De meent dat de feiten moeten worden gekwalificeerd als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ , een inbreuk van de tweede categorie.
De klacht is gegrond.

Klager werd gesanctioneerd met 21 dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde ‘het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen is echter een inbreuk van de tweede categorie, waarvoor klager met maximaal 15 dagen ATV kan worden gesanctioneerd.

De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van 21 dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde ‘het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’
wordt vervangen door
- een tuchtsanctie van 15 dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde ‘de niet-naleving van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’.