Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0065

Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Pas de décision du directeur
DEPONERING GOEDEREN

De inhouding ter herverzegeling kan neerkomen op een verdoken deponering wanneer de duurtijd ervan onredelijk lang duurt. Deze verdoken deponering is onwettig, omdat elke wettelijke basis hiervoor ontbreekt in de Basiswet.
Ondanks het feit dat het vaak gaat om een feitelijk handelen van penitentiair beambten (die de goederen afnemen), kan de directie hiervoor verantwoordelijk worden gesteld wanneer uit het dossier blijkt dat de directie op de hoogte is van de (onwettige) afname van de goederen. In dat geval, is er sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet.

In casu heeft klager een klacht ingediend op 21 februari 2024 over een beslissing tot afname van zijn dvd-speler van 12 februari 2024. De klachtencommissie gaat er dus vanuit dat de periode van afname van zijn dvd-speler, die volgens de directie bedoeld was om het toestel te herverzegelen, minstens tien dagen heeft geduurd. De directie heeft haar verweer ingediend op 28 februari 2024, waarin te lezen staat dat “betrokkene […] de dvd-speler ondertussen opnieuw op cel [heeft].” De klachtencommissie kan niet nagaan gedurende hoeveel van de dagen tussen 21 februari, het moment van het indienen van klagers klacht, en 28 februari, de dag dat de directie haar verweer heeft overgemaakt, klagers dvd-speler nog steeds werd ingehouden. Ze kan enkel met zekerheid zeggen dat klagers dvd-speler minstens tien dagen werd ingehouden. De klachtencommissie meent dat dit niet onredelijk lang is.

Bovendien blijkt uit het klachtenformulier van klager niet of hij de directie op de hoogte heeft gebracht van het inhouden van zijn dvd-speler, bv. via een rapportbriefje. Indien hij vond dat de inhouding onredelijk lang duurde, kan verwacht worden dat hij de directie minstens op de hoogte bracht hierover zodat zij hiertegen actie kan ondernemen. Er ligt aldus geen verzuim voor van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet waartegen klacht kan worden ingediend. De klacht is niet-ontvankelijk.