KC04/23-0294
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - TUCHT - BEWIJS
De klacht is tweevoudig en betreft:
- de uitvoering van een naaktfouille;
- een tuchtbeslissing.
1. De uitvoering van de naaktfouille
Volgens de procedure zoals vastgelegd in bijlage 3 van CB nr. 141 wordt er een handdoek overhandigd aan de gedetineerde. Het verstrekken van een handdoek kadert in de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde zoals opgelegd door artikel 108 §3 van de Basiswet. Door het verstrekken van een handdoek kan vermeden worden dat klager zijn lichaam gedurende de hele procedure volledig moet ontbloten.
Klager beklaagt zich over het feit dat hij geen handdoek heeft gekregen toen hij de fouillering op het lichaam onderging. Hij heeft deze pas gekregen nadat hij de fouillering heeft ondergaan. De directie ontkent de beweringen van klager niet. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan de beweringen van klager als waar aannemen en vaststellen dat de directie de fouillering heeft uitgevoerd in strijd met bijlage 3 van CB nr. 141.
Het uitvoeren van de naaktfouille zonder handdoek, waardoor klagers lichaam gedurende de hele procedure volledig moest ontbloten, is onwettig.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie oordeelt dat de geurwaarneming op zorgvuldige wijze gebeurde. Ten eerste, werd de geurwaarneming door een andere beambte bevestigd. Bovendien heeft de beambte, die de oorspronkelijke vaststelling deed, de geurwaarneming gedaan toen hij de cel betrad om te interveniëren voor een brandalarm dat van de cel van klager afkomstig was. De beambte heeft de geur dus slechts waargenomen op het moment van het openen van de celdeur. Ondanks het feit dat er niets werd gevonden tijdens de naaktfouille, meent de klachtencommissie dat de geurwaarneming aldus op voldoende zorgvuldige wijze werd gedaan, om als basis te kunnen dienen voor de tuchtbeslissing.
De klacht is tweevoudig en betreft:
- de uitvoering van een naaktfouille;
- een tuchtbeslissing.
1. De uitvoering van de naaktfouille
Volgens de procedure zoals vastgelegd in bijlage 3 van CB nr. 141 wordt er een handdoek overhandigd aan de gedetineerde. Het verstrekken van een handdoek kadert in de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde zoals opgelegd door artikel 108 §3 van de Basiswet. Door het verstrekken van een handdoek kan vermeden worden dat klager zijn lichaam gedurende de hele procedure volledig moet ontbloten.
Klager beklaagt zich over het feit dat hij geen handdoek heeft gekregen toen hij de fouillering op het lichaam onderging. Hij heeft deze pas gekregen nadat hij de fouillering heeft ondergaan. De directie ontkent de beweringen van klager niet. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan de beweringen van klager als waar aannemen en vaststellen dat de directie de fouillering heeft uitgevoerd in strijd met bijlage 3 van CB nr. 141.
Het uitvoeren van de naaktfouille zonder handdoek, waardoor klagers lichaam gedurende de hele procedure volledig moest ontbloten, is onwettig.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie oordeelt dat de geurwaarneming op zorgvuldige wijze gebeurde. Ten eerste, werd de geurwaarneming door een andere beambte bevestigd. Bovendien heeft de beambte, die de oorspronkelijke vaststelling deed, de geurwaarneming gedaan toen hij de cel betrad om te interveniëren voor een brandalarm dat van de cel van klager afkomstig was. De beambte heeft de geur dus slechts waargenomen op het moment van het openen van de celdeur. Ondanks het feit dat er niets werd gevonden tijdens de naaktfouille, meent de klachtencommissie dat de geurwaarneming aldus op voldoende zorgvuldige wijze werd gedaan, om als basis te kunnen dienen voor de tuchtbeslissing.