KC04/23-0283
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot voorlopige maatregel.
Dat de directie op basis van de feiten (namelijk het negeren van de bevelen van het personeel alsook het negeren van de beperking om de cel te verlaten met als gevolg dat klager tegen een beambte aanliep) de inschatting heeft gemaakt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was, is naar het oordeel van de klachtencommissie wettig, redelijk en billijk.
Om deze redenen is de eerste klacht niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie kon besluiten dat er sprake was van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een inbreuk van de eerste categorie) doordat de handelingen van klager een beambte hebben verwond. De klachtencommissie is ook van oordeel dat de directie kon besluiten dat er op basis van de elementen uit het RADD sprake was van een tweede inbreuk, namelijk het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie). De tuchtinbreuken konden weerhouden worden ten aanzien van klager.
Er werd een tuchtsanctie opgelegd van tien dagen ATV waarvan vijf voorwaardelijk voor een duur van twee maanden. Aangezien er voor een inbreuk van de eerste categorie ATV kan worden opgelegd voor maximaal dertig dagen, is de beslissing om tien dagen ATV op te leggen (waarvan vijf voorwaardelijk) bijgevolg wettig. Dit is, gelet op alle omstandigheden in het dossier en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager, niet onbillijk of onredelijk.
Om deze redenen is de tweede klacht niet gegrond.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot voorlopige maatregel.
Dat de directie op basis van de feiten (namelijk het negeren van de bevelen van het personeel alsook het negeren van de beperking om de cel te verlaten met als gevolg dat klager tegen een beambte aanliep) de inschatting heeft gemaakt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was, is naar het oordeel van de klachtencommissie wettig, redelijk en billijk.
Om deze redenen is de eerste klacht niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie kon besluiten dat er sprake was van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een inbreuk van de eerste categorie) doordat de handelingen van klager een beambte hebben verwond. De klachtencommissie is ook van oordeel dat de directie kon besluiten dat er op basis van de elementen uit het RADD sprake was van een tweede inbreuk, namelijk het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie). De tuchtinbreuken konden weerhouden worden ten aanzien van klager.
Er werd een tuchtsanctie opgelegd van tien dagen ATV waarvan vijf voorwaardelijk voor een duur van twee maanden. Aangezien er voor een inbreuk van de eerste categorie ATV kan worden opgelegd voor maximaal dertig dagen, is de beslissing om tien dagen ATV op te leggen (waarvan vijf voorwaardelijk) bijgevolg wettig. Dit is, gelet op alle omstandigheden in het dossier en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager, niet onbillijk of onredelijk.
Om deze redenen is de tweede klacht niet gegrond.