KC04/23-0275
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - VERTROUWENSFUNCTIE - PROPORTIONALITEIT - ONTSLAG
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Klager wordt tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (een inbreuk van de eerste categorie). Klager krijgt hiervoor zeven dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) opgelegd.
De klachtencommissie merkt op dat klager niet betwist dat hij het stuk kip inderdaad heeft doorgegeven aan zijn collega, doch dat hij het bedrieglijke opzet hiervan ontkent. Gelet op de beschreven feiten in het RADD, meent de klachtencommissie dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen.
Ten aanzien van klager werd een tuchtsanctie opgelegd van zeven dagen ATV. Aangezien er voor een inbreuk van de eerste categorie, ATV kan worden opgelegd voor maximaal dertig dagen, is de beslissing om zeven dagen ATV op te leggen bijgevolg wettig.
De klachtencommissie buigt zich eveneens over de redelijkheid van de beslissing. Hoewel de keukenwerkers steeds toestemming moeten vragen aan het personeel alvorens zich een (extra) voedingsmiddel toe te eigenen, blijkt uit de verklaringen wel dat de gebruiken hieromtrent flou zijn. De klachtencommissie meent dat er in casu dus sprake is van een normvervaging. Bovendien gaf klager zijn aandeel toe (hij ontkende evenwel het bedrieglijk opzet). Hoewel het tuchtfeit vaststaat, oordeelt de klachtencommissie dat gelet op de normvervaging in de feiten en de algemene praktijk in de keuken, de sanctie van zeven dagen ATV niet proportioneel is.
Om deze redenen is de eerste klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor de tuchtbinbreuk van de wederrechtelijke ontvreemding van goederen
wordt vervangen door
- de tuchtsanctie van drie dagen ATV voor de tuchtbinbreuk van de wederrechtelijke ontvreemding van goederen.
De klachtencommissie draagt de directie op om de hoogte van de tuchtsanctie in het tuchtregister van klager op deze manier aan te passen. De klachtencommissie acht verder geen tegemoetkoming nodig.
De tweede klacht is gericht tegen een ordemaatregel tot afzetting van werk.
De directie nam een ordemaatregel ten aanzien van klager, waarbij werd beslist dat hij werd afgezet als keukenwerker (met behoud van de plaats op de werkerslijst).
Uit de ordemaatregel blijkt dat er, als gevolg van het incident in de keuken, een vertrouwensbreuk is ontstaan tussen de directie en klager enerzijds en de verantwoordelijken van de keuken en klager anderzijds. Hierdoor werd klager afgezet als keukenwerker.
Hieruit blijkt dat de directie gehandeld heeft zoals voorgeschreven door de dienstnota arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel, daar ze de werkrelatie met klager niet langer mogelijk achtte na de tuchtrechtelijke feiten. De ontslagbeslissing werd schriftelijk meegedeeld en is gemotiveerd. De beslissing tot afzetting van werk is dan ook wettelijk. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk is niet onredelijk of onbillijk is, gelet op alle elementen uit het dossier.
Bovengenoemde dienstnota schrijft eveneens voor dat, indien een gedetineerde om redenen van ongeschiktheid wordt afgezet, de gedetineerde ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Uit de ordemaatregel blijkt dat klager zijn plaats op de werkerslijst behield.
Om deze redenen is de tweede klacht niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van Beveren om klager, in weerwil van de ordemaatregel, onderaan de werkerslijst te plaatsen.
Hoewel op bovengenoemde ordemaatregel tot afzetting van werk werd aangekruist dat klager zijn plaats op de werkerslijst behield, blijkt uit de verklaringen van de directie tijdens de zitting van de klachtencommissie dat klager achteraan op de werkerslijst werd geplaatst.
De directie nam dus de beslissing om, in weerwil van de ordemaatregel, klager onderaan de werkerslijst te plaatsen. In voorkomend geval werd de ordemaatregel dus niet gerespecteerd en is de derde klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directie op om klager, in overeenstemming met wat de dienstnota voorschrijft en wat door de directie werd beslist in de ordemaatregel tot afzetting van werk, zijn plaats op de werkerslijst te laten behouden.
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Klager wordt tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (een inbreuk van de eerste categorie). Klager krijgt hiervoor zeven dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) opgelegd.
De klachtencommissie merkt op dat klager niet betwist dat hij het stuk kip inderdaad heeft doorgegeven aan zijn collega, doch dat hij het bedrieglijke opzet hiervan ontkent. Gelet op de beschreven feiten in het RADD, meent de klachtencommissie dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen.
Ten aanzien van klager werd een tuchtsanctie opgelegd van zeven dagen ATV. Aangezien er voor een inbreuk van de eerste categorie, ATV kan worden opgelegd voor maximaal dertig dagen, is de beslissing om zeven dagen ATV op te leggen bijgevolg wettig.
De klachtencommissie buigt zich eveneens over de redelijkheid van de beslissing. Hoewel de keukenwerkers steeds toestemming moeten vragen aan het personeel alvorens zich een (extra) voedingsmiddel toe te eigenen, blijkt uit de verklaringen wel dat de gebruiken hieromtrent flou zijn. De klachtencommissie meent dat er in casu dus sprake is van een normvervaging. Bovendien gaf klager zijn aandeel toe (hij ontkende evenwel het bedrieglijk opzet). Hoewel het tuchtfeit vaststaat, oordeelt de klachtencommissie dat gelet op de normvervaging in de feiten en de algemene praktijk in de keuken, de sanctie van zeven dagen ATV niet proportioneel is.
Om deze redenen is de eerste klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van zeven dagen ATV voor de tuchtbinbreuk van de wederrechtelijke ontvreemding van goederen
wordt vervangen door
- de tuchtsanctie van drie dagen ATV voor de tuchtbinbreuk van de wederrechtelijke ontvreemding van goederen.
De klachtencommissie draagt de directie op om de hoogte van de tuchtsanctie in het tuchtregister van klager op deze manier aan te passen. De klachtencommissie acht verder geen tegemoetkoming nodig.
De tweede klacht is gericht tegen een ordemaatregel tot afzetting van werk.
De directie nam een ordemaatregel ten aanzien van klager, waarbij werd beslist dat hij werd afgezet als keukenwerker (met behoud van de plaats op de werkerslijst).
Uit de ordemaatregel blijkt dat er, als gevolg van het incident in de keuken, een vertrouwensbreuk is ontstaan tussen de directie en klager enerzijds en de verantwoordelijken van de keuken en klager anderzijds. Hierdoor werd klager afgezet als keukenwerker.
Hieruit blijkt dat de directie gehandeld heeft zoals voorgeschreven door de dienstnota arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel, daar ze de werkrelatie met klager niet langer mogelijk achtte na de tuchtrechtelijke feiten. De ontslagbeslissing werd schriftelijk meegedeeld en is gemotiveerd. De beslissing tot afzetting van werk is dan ook wettelijk. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk is niet onredelijk of onbillijk is, gelet op alle elementen uit het dossier.
Bovengenoemde dienstnota schrijft eveneens voor dat, indien een gedetineerde om redenen van ongeschiktheid wordt afgezet, de gedetineerde ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Uit de ordemaatregel blijkt dat klager zijn plaats op de werkerslijst behield.
Om deze redenen is de tweede klacht niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van Beveren om klager, in weerwil van de ordemaatregel, onderaan de werkerslijst te plaatsen.
Hoewel op bovengenoemde ordemaatregel tot afzetting van werk werd aangekruist dat klager zijn plaats op de werkerslijst behield, blijkt uit de verklaringen van de directie tijdens de zitting van de klachtencommissie dat klager achteraan op de werkerslijst werd geplaatst.
De directie nam dus de beslissing om, in weerwil van de ordemaatregel, klager onderaan de werkerslijst te plaatsen. In voorkomend geval werd de ordemaatregel dus niet gerespecteerd en is de derde klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directie op om klager, in overeenstemming met wat de dienstnota voorschrijft en wat door de directie werd beslist in de ordemaatregel tot afzetting van werk, zijn plaats op de werkerslijst te laten behouden.