KC04/23-0269
Fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De eerste klacht is gericht tegen een celmutatie in de gevangenis van Beveren.
De combinatie van passief roken met het verblijf in een cel die niet voldoet aan de wettelijk vastgelegde minimumafmetingen zou bijvoorbeeld een schending kunnen uitmaken van artikel 3 EVRM.
Klager toont in zijn klacht echter niet aan dat de triocel waarin hij werd geplaatst in strijd zou zijn met deze minimumnormen.
Uit de beschikbare informatie leidt de klachtencommissie af dat er bij klager geen sprake is van een medische problematiek waaruit blijkt dat hij om specifieke gezondheidsredenen beschermd moet worden tegen de schadelijke effecten van passief roken. Bovendien blijkt uit navraag via e-mail bij het klachtenbureau van de gevangenis van Dendermonde (waar klager verblijft op het moment van het schrijven van de beslissing van de klachtencommissie) dat klager, volgens hemzelf, een drietal weken in de bewuste triocel is verbleven.
De beslissing om klager, als niet-roker, bij rokers te plaatsen is an sich dus niet onwettig of in strijd met artikel 3 EVRM.
De eerste klacht is aldus niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam (naaktfouille).
Een onderzoek aan het lichaam heeft een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer er andere, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken, zoals een onderzoek op de kledij, moet men deze eerst uitputten. Wanneer een minder ingrijpende methode niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect. In de beslissing tot fouillering op het lichaam wordt namelijk niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet volstond.
Om deze reden is de tweede klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam. Zij acht verder geen tegemoetkoming nodig.
De derde klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De directie stelt in haar verweer dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd ten aanzien van klager gelet op de lopende ATV tijdens de vondst. De klachtencommissie stelt dus vast dat er in casu geen sprake is van een beslissing door of namens de directeur genomen ten aanzien van de gedetineerde.
De derde klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
In haar verweer geeft de directie zelf aan dat de bestreden tuchtbeslissing werd vernietigd en dat er een nieuwe beslissing werd genomen nadat er nieuwe elementen aan bod kwamen “in zijn voordeel”. Daardoor is de klacht, volgens de directie, zonder voorwerp. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten dat de klacht tegen de tuchtbeslissing kennelijk gegrond is.
Gezien er reeds een nieuwe beslissing werd genomen, neemt de klachtencommissie genoegen met het feit dat de nieuwe beslissing van de directeur in de plaats treedt van de bestreden beslissing. In de mate dat dit nog niet gebeurd is, dient de tuchtbeslissing te worden geschrapt uit het tuchtregister van klager. De klachtencommissie acht verder geen tegemoetkoming nodig.
De eerste klacht is gericht tegen een celmutatie in de gevangenis van Beveren.
De combinatie van passief roken met het verblijf in een cel die niet voldoet aan de wettelijk vastgelegde minimumafmetingen zou bijvoorbeeld een schending kunnen uitmaken van artikel 3 EVRM.
Klager toont in zijn klacht echter niet aan dat de triocel waarin hij werd geplaatst in strijd zou zijn met deze minimumnormen.
Uit de beschikbare informatie leidt de klachtencommissie af dat er bij klager geen sprake is van een medische problematiek waaruit blijkt dat hij om specifieke gezondheidsredenen beschermd moet worden tegen de schadelijke effecten van passief roken. Bovendien blijkt uit navraag via e-mail bij het klachtenbureau van de gevangenis van Dendermonde (waar klager verblijft op het moment van het schrijven van de beslissing van de klachtencommissie) dat klager, volgens hemzelf, een drietal weken in de bewuste triocel is verbleven.
De beslissing om klager, als niet-roker, bij rokers te plaatsen is an sich dus niet onwettig of in strijd met artikel 3 EVRM.
De eerste klacht is aldus niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam (naaktfouille).
Een onderzoek aan het lichaam heeft een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Wanneer er andere, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken, zoals een onderzoek op de kledij, moet men deze eerst uitputten. Wanneer een minder ingrijpende methode niet volstaat, moet men motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect. In de beslissing tot fouillering op het lichaam wordt namelijk niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet volstond.
Om deze reden is de tweede klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam. Zij acht verder geen tegemoetkoming nodig.
De derde klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De directie stelt in haar verweer dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd ten aanzien van klager gelet op de lopende ATV tijdens de vondst. De klachtencommissie stelt dus vast dat er in casu geen sprake is van een beslissing door of namens de directeur genomen ten aanzien van de gedetineerde.
De derde klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
In haar verweer geeft de directie zelf aan dat de bestreden tuchtbeslissing werd vernietigd en dat er een nieuwe beslissing werd genomen nadat er nieuwe elementen aan bod kwamen “in zijn voordeel”. Daardoor is de klacht, volgens de directie, zonder voorwerp. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten dat de klacht tegen de tuchtbeslissing kennelijk gegrond is.
Gezien er reeds een nieuwe beslissing werd genomen, neemt de klachtencommissie genoegen met het feit dat de nieuwe beslissing van de directeur in de plaats treedt van de bestreden beslissing. In de mate dat dit nog niet gebeurd is, dient de tuchtbeslissing te worden geschrapt uit het tuchtregister van klager. De klachtencommissie acht verder geen tegemoetkoming nodig.