ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - ARBEID
De klacht is gericht tegen de beslissing van afzetting van werk.
Klager was meerdere malen afwezig op het werk en legde geen medisch attest voor. Voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel tot afzetting van werk, werd klager gehoord en kreeg hij een officiële waarschuwing. De klachtencommissie beveelt aan dat de directie in het vervolg, vanuit bewijsrechtelijk oogpunt, een schriftelijke weerslag voorziet van dergelijke waarschuwingen.
Op basis van de vele onregelmatige afwezigheden, kon de directie beslissen dat klager niet geschikt was voor de arbeidspost. De ontslagbeslissing werd schriftelijk medegedeeld en is gemotiveerd. De directie heeft op een billijke manier de beslissing tot afzetting van werk genomen en heeft bovendien bijkomende onderzoeksdaden verricht om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen (nl. het bevragen van de medische dienst). De directie kon, aangezien hij zonder geldige reden afwezig was, overgaan tot de afzetting van klager via ordemaatregel van zijn werkzaamheden als atelierwerker. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk niet onwettig of onredelijk is.
Dienstnota arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel van 18 juni 2015 schrijft eveneens voor dat, indien een gedetineerde om redenen van ongeschiktheid wordt afgezet, de gedetineerde ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Uit de ordemaatregel blijkt dat klager onderaan de werkerslijst werd geplaatst, waardoor de beslissing aldus niet in overeenstemming is met de dienstnota. Op dit punt is de klacht dus gegrond.
Gelet op de vrijlating van klager uit de gevangenis van Beveren en de terugkeer naar zijn land van herkomst, neemt de klachtencommissie genoegen met het gedeeltelijk gegrond verklaren van de klacht.
De klacht is gericht tegen de beslissing van afzetting van werk.
Klager was meerdere malen afwezig op het werk en legde geen medisch attest voor. Voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel tot afzetting van werk, werd klager gehoord en kreeg hij een officiële waarschuwing. De klachtencommissie beveelt aan dat de directie in het vervolg, vanuit bewijsrechtelijk oogpunt, een schriftelijke weerslag voorziet van dergelijke waarschuwingen.
Op basis van de vele onregelmatige afwezigheden, kon de directie beslissen dat klager niet geschikt was voor de arbeidspost. De ontslagbeslissing werd schriftelijk medegedeeld en is gemotiveerd. De directie heeft op een billijke manier de beslissing tot afzetting van werk genomen en heeft bovendien bijkomende onderzoeksdaden verricht om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen (nl. het bevragen van de medische dienst). De directie kon, aangezien hij zonder geldige reden afwezig was, overgaan tot de afzetting van klager via ordemaatregel van zijn werkzaamheden als atelierwerker. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden beslissing tot afzetting van werk niet onwettig of onredelijk is.
Dienstnota arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel van 18 juni 2015 schrijft eveneens voor dat, indien een gedetineerde om redenen van ongeschiktheid wordt afgezet, de gedetineerde ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Uit de ordemaatregel blijkt dat klager onderaan de werkerslijst werd geplaatst, waardoor de beslissing aldus niet in overeenstemming is met de dienstnota. Op dit punt is de klacht dus gegrond.
Gelet op de vrijlating van klager uit de gevangenis van Beveren en de terugkeer naar zijn land van herkomst, neemt de klachtencommissie genoegen met het gedeeltelijk gegrond verklaren van de klacht.