KC04/23-0247
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN
Dat de directie op basis van de vondst van een verborgen gsm-toestel de inschatting heeft gemaakt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was, is naar het oordeel van de klachtencommissie wettig, redelijk en billijk. Dat de celgenoot van klager achteraf toegaf dat het toestel van hem was, doet hieraan niets af.
Dat de directie de voorlopige maatregel heeft opgelegd omdat de directeur nog niet kon oordelen welke functie klager had in de illegale trafiek, is begrijpelijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De klachtencommissie wenst de directie echter te wijzen op de zinsnede “Gelet op het feit dat betrokkene onderdeel uitmaakt van een illegale trafiek in verboden voorwerpen en hierbij actoren onder druk, afgeperst of bedreigd worden, […]” in haar motivering van de voorlopige maatregel. Dit komt voorbarig over. Op het moment van het nemen van de voorlopige maatregel was er namelijk nog geen onderzoek gevoerd dat uitwees dat klager effectief onderdeel uitmaakte van een illegale trafiek in verboden voorwerpen. De klachtencommissie beveelt aan om in de toekomst rekening te houden met deze nuance bij het motiveren van de beslissing.
Dat de directie op basis van de vondst van een verborgen gsm-toestel de inschatting heeft gemaakt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was, is naar het oordeel van de klachtencommissie wettig, redelijk en billijk. Dat de celgenoot van klager achteraf toegaf dat het toestel van hem was, doet hieraan niets af.
Dat de directie de voorlopige maatregel heeft opgelegd omdat de directeur nog niet kon oordelen welke functie klager had in de illegale trafiek, is begrijpelijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De klachtencommissie wenst de directie echter te wijzen op de zinsnede “Gelet op het feit dat betrokkene onderdeel uitmaakt van een illegale trafiek in verboden voorwerpen en hierbij actoren onder druk, afgeperst of bedreigd worden, […]” in haar motivering van de voorlopige maatregel. Dit komt voorbarig over. Op het moment van het nemen van de voorlopige maatregel was er namelijk nog geen onderzoek gevoerd dat uitwees dat klager effectief onderdeel uitmaakte van een illegale trafiek in verboden voorwerpen. De klachtencommissie beveelt aan om in de toekomst rekening te houden met deze nuance bij het motiveren van de beslissing.