Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0240

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Aangezien het RADD het belangrijkste document is in de tuchtprocedure, dient het te beantwoorden aan hoge kwaliteitseisen: nauwkeurigheid, juistheid, objectiviteit. De klachtencommissie ziet geen reden om te twijfelen aan het RADD, daar het de feiten nauwkeurig beschrijft en een getuige van de feiten wordt genoemd. De klachtencommissie acht de feiten, die aanleiding hebben gegeven tot de tuchtmaatregel, voldoende bewezen.
Klager verzocht tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting om getuigen op te roepen en camerabeelden te bekijken. De directie achtte dit niet nodig. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om een tuchtfeit en de ernst van het tuchtfeit te beoordelen. In principe moet de directeur in dat geval ook niet ingaan op verzoeken om bepaald onderzoek te doen zoals het horen van getuigen of het bekijken van camerabeelden.
In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor een tuchtbinbreuk van de tweede categorie, met name het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager heeft hiervoor vijf dagen ATV opgelegd gekregen. Volgens artikel 132, 3° van de Basiswet kan voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie maximum vijftien dagen ATV worden opgelegd. De opgelegde tuchtmaatregel is aldus wettelijk. De klachtencommissie acht deze ook redelijk en billijk, rekening houdend met het tuchtregister van klager en alle elementen in het dossier.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.