KC04/23-0236
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ONTSLAG - ORDEMAATREGEL - CELMUTATIE
Klager dient drie klachten in:
- tegen een tuchtbeslissing;
- tegen een afzetting van werk;
- tegen een ordemaatregel.
1. De tuchtbeslissing
Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie merkt vooreerst op dat er geen twijfel is over de feiten van het incident. Op de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet ontkent dat hij meerdere keren op de intercom heeft gedrukt. De klachtencommissie meent dat de directie de tuchtrechtelijke feiten als bewezen kon beschouwen.
De feiten werden gekwalificeerd als een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg hiervoor een tuchtsanctie opgelegd van 5 dagen ATV. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie is 15 dagen ATV. De sanctie is aldus wettelijk. De klachtencommissie meent bovendien dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk is, gelet op het tuchtregister van klager, waaruit blijkt dat klager in dit jaar reeds driemaal gesanctioneerd is voor dezelfde tuchtrechtelijke inbreuk. Om deze redenen is klacht ongegrond.
2. De afzetting van werk
De toewijzing van de in de inrichting beschikbaar arbeid behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de directeur. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van die gevallen is wanneer het werk, na afloop van de tuchtsanctie, niet meer beschikbaar is.
De klachtencommissie meent dat de onmogelijkheid om te werken in de ateliers, omdat deze vanuit het open regime worden georganiseerd, overeenstemt met de situatie waarin het werk niet meer beschikbaar is. Door de tuchtbeslissing zat klagers immers in het gesloten regime, waar het werk in de ateliers niet beschikbaar is. De directie kon aldus overgaan tot de afzetting van klager uit zijn werkzaamheden als ateliermedewerker. De klacht is ongegrond.
3. De ordemaatregel
De Basiswet bepaalt geen nadere regels omtrent de toewijzing van verblijfsruimten aan gedetineerden. Hieruit volgt dat dit een discretionaire bevoegdheid van de directeur uitmaakt. De klachtencommissie kan dan ook enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing.
Het leefreglement van het open regime voorziet dat een herhaling van tuchtinbreuken leidt tot een mutatie naar een gesloten regime. De regimemutatie is aldus een voorzienbaar gevolg van de herhaaldelijke tuchtrechtelijke inbreuk. Bovendien leidt de klachtencommissie uit de ordemaatregel af dat de beslissing tot mutatie niet bestraffend bedoeld was, doch wel ingegeven was vanuit ordebewaring. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager dient drie klachten in:
- tegen een tuchtbeslissing;
- tegen een afzetting van werk;
- tegen een ordemaatregel.
1. De tuchtbeslissing
Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie merkt vooreerst op dat er geen twijfel is over de feiten van het incident. Op de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet ontkent dat hij meerdere keren op de intercom heeft gedrukt. De klachtencommissie meent dat de directie de tuchtrechtelijke feiten als bewezen kon beschouwen.
De feiten werden gekwalificeerd als een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg hiervoor een tuchtsanctie opgelegd van 5 dagen ATV. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie is 15 dagen ATV. De sanctie is aldus wettelijk. De klachtencommissie meent bovendien dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk is, gelet op het tuchtregister van klager, waaruit blijkt dat klager in dit jaar reeds driemaal gesanctioneerd is voor dezelfde tuchtrechtelijke inbreuk. Om deze redenen is klacht ongegrond.
2. De afzetting van werk
De toewijzing van de in de inrichting beschikbaar arbeid behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de directeur. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van die gevallen is wanneer het werk, na afloop van de tuchtsanctie, niet meer beschikbaar is.
De klachtencommissie meent dat de onmogelijkheid om te werken in de ateliers, omdat deze vanuit het open regime worden georganiseerd, overeenstemt met de situatie waarin het werk niet meer beschikbaar is. Door de tuchtbeslissing zat klagers immers in het gesloten regime, waar het werk in de ateliers niet beschikbaar is. De directie kon aldus overgaan tot de afzetting van klager uit zijn werkzaamheden als ateliermedewerker. De klacht is ongegrond.
3. De ordemaatregel
De Basiswet bepaalt geen nadere regels omtrent de toewijzing van verblijfsruimten aan gedetineerden. Hieruit volgt dat dit een discretionaire bevoegdheid van de directeur uitmaakt. De klachtencommissie kan dan ook enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing.
Het leefreglement van het open regime voorziet dat een herhaling van tuchtinbreuken leidt tot een mutatie naar een gesloten regime. De regimemutatie is aldus een voorzienbaar gevolg van de herhaaldelijke tuchtrechtelijke inbreuk. Bovendien leidt de klachtencommissie uit de ordemaatregel af dat de beslissing tot mutatie niet bestraffend bedoeld was, doch wel ingegeven was vanuit ordebewaring. Om deze redenen is de klacht ongegrond.