Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0214

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - NE BIS IN IDEM - ONTSLAG - REGIMEMUTATIE - DEPONERING VOORWERPEN

De klacht bestaat uit zes onderdelen:
- een voorlopige maatregel;
- een eerste tuchtbeslissing;
- een tweede tuchtbeslissing;
- een afzetting van werk;
- een regimemutatie;
- een afname van een dvd-speler.

1. De voorlopige maatregel

De motivering van de voorlopige maatregel luidt als volgt “betrokkene werd betrap in het bezit van drugs, de elementen wijzen op actief gebruik” (eigen nadruk). Het is de klachtencommissie onduidelijk om welke “elementen” het precies gaat. Uit het RAD blijkt dat klager aangaf dat hij “aan het blowen was”, wat inderdaad wijst op actief gebruik. In de motivering van de voorlopige maatregel echter, wordt niet verwezen naar het desbetreffende RAD. De klachtencommissie meent dat het gebruik van algemene bewoordingen (“de elementen”) in een voorlopige maatregel niet op zijn plaats zijn, gelet op de motiveringsplicht en het ingrijpend karakter van de maatregel.

Bovendien wordt onvoldoende gemotiveerd waarom het gebruik van drugs in dit specifieke geval een ernstige bedreiging voor de interne orde en veiligheid vormt. Artikel 1, 9° van de Basiswet definieert de “interne veiligheid” als volgt: “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”. In de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wordt enkel op algemene wijze aangevoerd dat “het bekomen en het gebruik van verboden middelen gaat ontegensprekelijk gepaard met bedreigingen tav gedetineerden, het onder druk zetten van anderen, het opbouwen van schulden”. Er worden echter geen individuele elementen aangehaald, bv. dat klager zich fysiek of verbaal agressief gedroeg, of dat er incidenten zijn geweest waarbij klager iemand anders heeft bedreigd, onder druk gezet,…

Om deze redenen voldoet de klacht niet aan de motiveringsvereisten van de Basiswet en is de klacht gegrond.

2. De eerste tuchtbeslissing

De klachtencommissie merkt op dat klager de feiten niet betwist. De tuchtsanctie is wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

3. De tweede tuchtbeslissing

Klager voert aan dat hij twee keer gestraft is voor dezelfde feiten. Op 16/8/2023 werd er op cel van klager een sigaret met verboden substanties aangetroffen, maar werd – zoals klager aangeeft – zijn hash niet gevonden. Klager voert aan dat het in casu om dezelfde drugs gaat als die waarvoor hij naar aanleiding van de celcontrole op 16/8/2023 reeds een tuchtsanctie heeft gekregen. Als het personeel goed had gezocht tijdens de celcontrole op 16/8/2023, zou hij niets meer in zijn bezit hebben gehad, aldus klager.

De klachtencommissie meent dat er onvoldoende overtuigende elementen zijn, waaruit blijkt dat het effectief ging om substantieel dezelfde feiten en meer bepaald dezelfde drugs. Nadat men op 16/8/2023 een verdachte geur had vastgesteld, werd er overgegaan tot een celcontrole, waarbij een sigaret met verboden substanties werd aangetroffen. Dit doet vermoeden dat de drugs, andere dan de gevonden sigaret, waren opgerookt of alleszins niet meer aanwezig waren in de cel. Het feit dat klager een sanctie van ATV uitzat, betekent niet noodzakelijk dat hij geen enkele contacten meer kon hebben of dat er zich geen enkele kans kon voordoen om aan drugs te komen. Gelet op het gebrek aan overtuigende elementen dat het gaat om dezelfde feiten in de zin van art. 126 van de Basiswet, meent de klachtencommissie dat er geen schending is van het non bis in idem-principe.

De sanctie is bovendien wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

4. De afzetting van werk

Op het moment van het indienen van de klacht was er nog geen sprake van een beslissing tot afzetting van werk. Er was aldus geen beklagenswaardige beslissing. Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.

5. De regimemutatie

De Basiswet bepaalt geen nadere regels omtrent de toewijzing van verblijfsruimten aan gedetineerden. Hieruit volgt dat dit een discretionaire bevoegdheid van de directeur uitmaakt. De klachtencommissie kan dan ook enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing.

Het leef reglement van het open regime voorziet dat een ernstige tuchtinbreuk leidt tot een mutatie naar een gesloten regime. De regimemutatie is aldus een voorzienbaar gevolg van een tuchtrechtelijke inbreuk. Uit het verweer van de directie, leidt de klachtencommissie bovendien af dat de beslissing tot mutatie niet bestraffend bedoeld was, doch wel ingegeven vanuit veiligheidsoverwegingen.

Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht ongegrond is.

6. De afname van de dvd-speler

De klacht is gericht tegen een beslissing tot het afname van de dvd-speler van klager. Er is geen ordemaatregel genomen omtrent de dvd-speler. De enige schriftelijke weergave van de beslissing tot afname van de dvd-speler is dan ook terug te vinden in de (eerste) tuchtbeslissing.

De klachtencommissie brengt de rechtspraak van de beroepscommissie in herinnering. In deze beslissing oordeelde de beroepscommissie dat de deponering van goederen onwettig is, wegens gebrek aan wettelijke basis in de Basiswet. Immers, het ontnemen van goederen kan volgens de Basiswet enkel door middel van een bijzondere veiligheidsmaatregel of tuchtmaatregel . Hierdoor wordt de ontneming van goederen beperkt in de tijd, en voorzien met de nodige waarborgen van de voorafgaandelijke hoorplicht en de motiveringsplicht. Diezelfde waarborgen zijn niet voorzien voor de deponering van goederen, wegens gebrek aan wettelijke basis in de Basiswet.

In casu voert de directie aan in haar verweer dat er geen beslissing tot deponering van goederen werd genomen, maar dat het gaat om een “inhouding tot herverzegeling”. De directie heeft zowel in haar verweer, als op zitting van de klachtencommissie aangevoerd dat de betrokken dienst een “hoge werklast” heeft, waardoor de herverzegeling enige tijd kan duren. Echter, uit de zitting van de klachtencommissie is ook gebleken dat de duurtijd om een nieuwe dvd-speler te bestellen en deze door dezelfde dienst te laten herverzegelen minder lang duurt dan het herverzegelen van een oud toestel. Het argument van de directie dat de dienst een “hoge werklast” heeft, vervalt hier dan ook mee. Hierdoor is de klachtencommissie de indruk toegedaan dat de “inhouding tot herverzegeling” wordt gebruikt om het deponeringsverbod te omzeilen. Met andere woorden, de klachtencommissie meent dat de inhouding van de dvd-speler neerkomt op een verdoken deponering. In die zin is er wel degelijk sprake van een beslissing tot deponering van goederen. Hoewel de afname gebeurde door penitentiair beambten, blijkt uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting, alsook de tuchtbeslissing dat de directie op de hoogte was van de (onwettige) afname van de dvd-speler. De klachtencommissie meent dat de directie verzuimd heeft om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet.

De klacht is gegrond.