Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0208

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG

Wat betreft de tuchtbeslissing.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
De klachtencommissie is van mening dat de directie de feiten als bewezen kan aanvaarden. Uit het RADD is duidelijk op te maken dat klager de inhoud van de emmer met opzet over de benen van de medegedetineerde gooide na het ongeluk. Klager ontkent de feiten bovendien niet.
Het feit dat de directie aanhaalt dat de reactie van klager niet te accepteren is en disproportioneel is, komt op de klachtencommissie redelijk over. Bovendien heeft de medegedetineerde als gevolg van het handelen van klager fysieke letsels opgelopen en is de medegedetineerde een tijd werkonbekwaam geweest.
De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en dat deze correct werd gekwalificeerd in de tuchtbeslissing. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan ATV worden opgelegd voor maximaal dertig dagen. De beslissing om zeven dagen ATV op te leggen is bijgevolg wettig. De sanctie komt op de klachtencommissie billijk en redelijk over, gelet op alle elementen in het dossier en de maximumstraf.
De klacht tegen de tuchtsanctie is niet gegrond.

Wat betreft de afzetting van werk
De klachtencommissie merkt op dat klager in zijn klachtenformulier vermeldt dat hij als tegemoetkoming zijn werk in de keuken terug wil. In haar verweer stelt de directie dat klager opnieuw op de werkerslijst werd gezet, en dat hij na verloop van tijd een nieuwe kans zal krijgen.
Aangezien er geen stukken in het dossier zijn toegevoegd in verband met de afzetting van werk, contacteerde de klachtencommissie het klachtenbureau van de gevangenis van Beveren op 19 september 2023 via e-mail met de vraag of er een ordemaatregel werd genomen en zo niet, of er een ander geschrift voorhanden is in verband met de afzetting van werk. Het klachtenbureau antwoordde hierop dat er geen ordemaatregel werd genomen en de richtlijnen van de Juridische Dienst “Arbeid – Tucht – Veiligheidsmaatregel” werden toegepast.
Klager geeft op de zitting van de klachtencommissie aan dat de beslissing tot afzetting van werk hem mondeling werd meegedeeld. Uit de verklaringen blijkt dat hij weet heeft van de beslissing en dat hij op de hoogte is van de motieven van zijn ontslag.
Om deze reden is de tweede klacht niet gegrond.
De klachtencommissie wenst de directie er op te wijzen dat, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke materiële motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan een dossier of een document met betrekking tot het ontslag van klager, wordt een daadwerkelijke en effectieve controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van deze bestreden beslissing sterk bemoeilijkt. De klachtencommissie beveelt aan dat de directie in het vervolg, vanuit bewijsrechtelijk oogpunt, een schriftelijke weerslag voorziet van de beslissingen tot afzetting van werk.