KC04/23-0207
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
BEVOEGDHEID - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BIJSTAND ADVOCAAT - HOORPLICHT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing en tegen de afwezigheid van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de ten laste gelegde feiten gesteund op het RADD, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. De vaststellingen in hat RADD zijn objectief, gedetailleerd en duidelijk. Daarnaast werden ook de camerabeelden bekeken, die de waarnemingen uit het RADD bevestigen. De directie kon in dit geval de tuchtinbreuk bewezen achten.
Voor een inbreuk van de eerste categorie kan ATV worden opgelegd voor maximaal dertig dagen. Bij de bepaling van de strafmaat werd door de directie rekening gehouden met de hoeveelheid verboden substantie, zijnde 4,36 gram. De beslissing is wettelijk, billijk en met reden bekleed.
De eerste klacht is niet gegrond.
Klager gaf in zijn klachtenformulier aan dat hij recht heeft om op zijn eigen zitting te zijn. Uit de stukken gevoegd bij het dossier blijkt dat hem is meegedeeld wanneer de tuchtzitting plaatsvond, dat hij is verschenen in het wachtlokaal, maar vervolgens is vertrokken. De klachtencommissie meent dat hij aldus heeft geweigerd te worden gehoord. Dit wordt ondersteund door het RADD van 7 augustus 2023 11u10, dat omschrijft dat klager de instructies van het personeel i.v.m. het wachten in het wachtlokaal voor het rapport negeerde en het wachtlokaal verliet om terug naar zijn cel te gaan. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de advocaat van de klager op de hoogte was van de situatie. De directie stelde expliciet de volgende vraag: “[…], uw cliënt weigert de hoorzitting bij te wonen, ziet u het zitten om zonder zijn aanwezigheid [de] zaak te behandelen? […]”, waarop de raadsman reageerde dat klager haar de situatie heeft uitgelegd en ze uiteindelijk pleitte zonder zijn bijzijn.
De klachtencommissie kan uit deze elementen enkel afleiden dat klager effectief de kans werd geboden om gehoord te worden, maar dat hij er zelf voor koos om te vertrekken uit het wachtlokaal alvorens de hoorzitting plaatsvond, waardoor hij zichzelf die kans ontnam. Het feit dat hij niet aanwezig was op de tuchtrechtelijke hoorzitting kan enkel worden toegeschreven aan zijn eigen handelen en maakt geen individuele beslissing van de directie t.a.v. klager uit, noch een verzuim dat kan worden toegeschreven aan de directeur.
De klachtencommissie stelt in deze zaak vast dat er geen door of namens de directeur ten aanzien van klager genomen beslissing bestaat.
De tweede klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing en tegen de afwezigheid van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de ten laste gelegde feiten gesteund op het RADD, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. De vaststellingen in hat RADD zijn objectief, gedetailleerd en duidelijk. Daarnaast werden ook de camerabeelden bekeken, die de waarnemingen uit het RADD bevestigen. De directie kon in dit geval de tuchtinbreuk bewezen achten.
Voor een inbreuk van de eerste categorie kan ATV worden opgelegd voor maximaal dertig dagen. Bij de bepaling van de strafmaat werd door de directie rekening gehouden met de hoeveelheid verboden substantie, zijnde 4,36 gram. De beslissing is wettelijk, billijk en met reden bekleed.
De eerste klacht is niet gegrond.
Klager gaf in zijn klachtenformulier aan dat hij recht heeft om op zijn eigen zitting te zijn. Uit de stukken gevoegd bij het dossier blijkt dat hem is meegedeeld wanneer de tuchtzitting plaatsvond, dat hij is verschenen in het wachtlokaal, maar vervolgens is vertrokken. De klachtencommissie meent dat hij aldus heeft geweigerd te worden gehoord. Dit wordt ondersteund door het RADD van 7 augustus 2023 11u10, dat omschrijft dat klager de instructies van het personeel i.v.m. het wachten in het wachtlokaal voor het rapport negeerde en het wachtlokaal verliet om terug naar zijn cel te gaan. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de advocaat van de klager op de hoogte was van de situatie. De directie stelde expliciet de volgende vraag: “[…], uw cliënt weigert de hoorzitting bij te wonen, ziet u het zitten om zonder zijn aanwezigheid [de] zaak te behandelen? […]”, waarop de raadsman reageerde dat klager haar de situatie heeft uitgelegd en ze uiteindelijk pleitte zonder zijn bijzijn.
De klachtencommissie kan uit deze elementen enkel afleiden dat klager effectief de kans werd geboden om gehoord te worden, maar dat hij er zelf voor koos om te vertrekken uit het wachtlokaal alvorens de hoorzitting plaatsvond, waardoor hij zichzelf die kans ontnam. Het feit dat hij niet aanwezig was op de tuchtrechtelijke hoorzitting kan enkel worden toegeschreven aan zijn eigen handelen en maakt geen individuele beslissing van de directie t.a.v. klager uit, noch een verzuim dat kan worden toegeschreven aan de directeur.
De klachtencommissie stelt in deze zaak vast dat er geen door of namens de directeur ten aanzien van klager genomen beslissing bestaat.
De tweede klacht is niet-ontvankelijk.