KC04/23-0189
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VRIJE TIJD - KWALIFICATIE INBREUK
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om de eraan onderworpen gedetineerde onmiddellijk te straffen. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur beslissen de betrokkene in een beveiligde cel te plaatsen.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en werd genomen door de directie. Gelet op het feit dat de acties van klager ervoor hebben gezorgd dat de PBA in kwestie gekneld werd tussen de celdeur en de deurlijst, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Om al deze redenen was de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig, redelijk en billijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter en werd ook voldoende gemotiveerd.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
Voor wat betreft de feiten met de bal en de deur, deed de directie bovendien zelf de test met de bal, waaruit bleek dat de verklaringen van klager niet correct kunnen zijn. Hieruit volgt dat de betrokken beambte door het handelen van klager klem kwam te zitten en zich bezeerde. De tuchtinbreuk kon weerhouden worden ten aanzien van klager. De directie kwalificeerde deze feiten als een inbreuk van de eerste categorie, nl. de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De directie kwam haar zorgvuldigheidsplicht na door zelf de verklaringen van klager te onderzoeken door de test met de bal uit te voeren. De inbreuk werd correct gekwalificeerd.
Voor wat betreft de gevonden verboden voorwerpen in de cel van klager, verklaart klager dat deze voorwerpen niet van hem, maar van zijn celgenoot zijn. Hoewel de directie dit aspect van de klacht opneemt in haar motivering, worden de feiten niet weerhouden bij het aankruisen van de inbreuken: enkel de inbreuk van eerste categorie (i.e. de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee) wordt aangekruist voor de feiten met de bal en de deur, en de inbreuk van de tweede categorie (i.e. het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen) wordt aangekruist voor wat betreft de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijk wandeling. Met deze feiten werd dus geen rekening gehouden bij het bepalen van de aard en de hoogte van de tuchtsanctie.
Voor wat betreft de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling, merkt de klachtencommissie op dat de directie de inbreuk kwalificeert als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen. De klachtencommissie is van oordeel dat dit niet de juiste kwalificatie betreft, en herkwalificeert deze inbreuk als een inbreuk van tweede categorie, met name het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De bepaling uit de Basiswet dat bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken, de verschillende inbreuken bestraft worden als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken, werd door de directie nageleefd. De opgelegde sanctie is niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie herkwalificeert de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling. Concreet betekent dit het volgende:
- de kwalificatie van de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen, wordt vervangen door
- de kwalificatie als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van deze tuchtbeslissing op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de overige elementen en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om de eraan onderworpen gedetineerde onmiddellijk te straffen. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur beslissen de betrokkene in een beveiligde cel te plaatsen.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en werd genomen door de directie. Gelet op het feit dat de acties van klager ervoor hebben gezorgd dat de PBA in kwestie gekneld werd tussen de celdeur en de deurlijst, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Om al deze redenen was de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig, redelijk en billijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter en werd ook voldoende gemotiveerd.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
Voor wat betreft de feiten met de bal en de deur, deed de directie bovendien zelf de test met de bal, waaruit bleek dat de verklaringen van klager niet correct kunnen zijn. Hieruit volgt dat de betrokken beambte door het handelen van klager klem kwam te zitten en zich bezeerde. De tuchtinbreuk kon weerhouden worden ten aanzien van klager. De directie kwalificeerde deze feiten als een inbreuk van de eerste categorie, nl. de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De directie kwam haar zorgvuldigheidsplicht na door zelf de verklaringen van klager te onderzoeken door de test met de bal uit te voeren. De inbreuk werd correct gekwalificeerd.
Voor wat betreft de gevonden verboden voorwerpen in de cel van klager, verklaart klager dat deze voorwerpen niet van hem, maar van zijn celgenoot zijn. Hoewel de directie dit aspect van de klacht opneemt in haar motivering, worden de feiten niet weerhouden bij het aankruisen van de inbreuken: enkel de inbreuk van eerste categorie (i.e. de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee) wordt aangekruist voor de feiten met de bal en de deur, en de inbreuk van de tweede categorie (i.e. het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen) wordt aangekruist voor wat betreft de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijk wandeling. Met deze feiten werd dus geen rekening gehouden bij het bepalen van de aard en de hoogte van de tuchtsanctie.
Voor wat betreft de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling, merkt de klachtencommissie op dat de directie de inbreuk kwalificeert als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen. De klachtencommissie is van oordeel dat dit niet de juiste kwalificatie betreft, en herkwalificeert deze inbreuk als een inbreuk van tweede categorie, met name het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De bepaling uit de Basiswet dat bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken, de verschillende inbreuken bestraft worden als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken, werd door de directie nageleefd. De opgelegde sanctie is niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie herkwalificeert de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling. Concreet betekent dit het volgende:
- de kwalificatie van de feiten met het spelmateriaal op de gemeenschappelijke wandeling als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen, wordt vervangen door
- de kwalificatie als een inbreuk van de tweede categorie, met name het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van deze tuchtbeslissing op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de overige elementen en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.