Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0121

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – KWALIFICATIE INBREUK – MOTIVERING

De klacht is gericht tegen de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (‘zeven dagen geen open regime’) en dit wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee. Klager werd ervan beschuldigd zijn toilet te hebben beschadigd/vernield en dit door er een paprika in door te spoelen.

De klachtencommissie acht het vooreerst onvoldoende aangetoond welk verband er bestaat tussen de opgetreden schade en de aangekruiste tuchtinbreuk. De motivering van de tuchtbeslissing is op dat vlak niet pertinent. Meer specifiek is onvoldoende aangetoond waarom of op welke manier klager opzettelijk het toilet zou hebben beschadigd of vernield. In de motivering wordt wel vermeld dat klager wordt geacht de hem ter beschikking gestelde goederen naar behoren te gebruiken voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. Hierin kan de klachtencommissie de directie wel volgen. Dat er door onvoorzichtigheid of een gebrek aan voorzorg vanwege klager stukken paprika in zijn toilet raakten, impliceert dat hij de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, die vereisen dat een gedetineerde ter beschikking gestelde goederen ‘naar behoren’ moet gebruiken, niet heeft nageleefd (een tuchtinbreuk van tweede categorie). Dit betreft naar het oordeel van de klachtencommissie de correcte kwalificatie van de feiten. Vervolgens motiveerde de directie in de tuchtbeslissing niet waarom zij een bijzondere tuchtsanctie oplegde, meer specifiek welk verband er bestond tussen de sanctie van ‘geen open regime’ en de aard of omstandigheden van de tuchtinbreuk. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en stelt haar beslissing in de plaats.