Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0109

Non fondée Irrecevable KC - Beveren Commission des plaintes Mesure provisoire Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - ARBEID - REGIMEMUTATIE - CELMUTATIE

De klacht is drieledig.

De klacht is vooreerst gericht tegen een voorlopige maatregel. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op de vondst van een grote hoeveelheid aan verboden substanties in de cel van betrokkene, kon de directie beslissen dat er sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot
voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.

De klacht is vervolgens gericht tegen een ordemaatregel (afzetting werk en regimemutatie). Klager werd schriftelijk op de hoogte gebracht dat er een ordemaatregel werd genomen ten aanzien van hem en meer bepaald dat zijn tewerkstelling als sectiediender stopgezet werd. In de beslissing verwijst men naar de grote hoeveelheid verboden substanties die gevonden werden. De schriftelijke motivering laat aan klager toe de redenen te begrijpen van de stopzetting van zijn tewerkstelling. De directie kon beslissen dat de vondst van zulke grote hoeveelheden verboden substanties op cel niet is wat men verwacht van een gedetineerde met een tewerkstelling (ondanks dat dit gebruik niet plaatsvond in het kader van de tewerkstelling) en de verderzetting van zijn werk niet meer ‘passend’ was. De klachtencommissie acht (de totstandkoming van) het ontslag dan ook niet onwettig, onredelijk of
onbillijk.
Uit
de motivering van de ordemaatregel blijkt dat de gedetineerden die op de open sectie verblijven zich aan het leefreglement dienen te houden waarin staat dat de gedetineerde geen storend gedrag mag vertonen en de orde op de sectie bewaard dient te worden. De directie meent dat het gedrag van betrokkene (waarvoor hij ook tuchtrechtelijk veroordeeld is) in strijd is met het verblijf op een open regime. In dezen is het duidelijk dat de directie een verder verblijf van klager op het open regime onverenigbaar achtte met de door hem gepleegde tuchtrechtelijke inbreuk. Door deze inbreuk is het vereiste samenlevingsklimaat voor een verblijf op deze sectie geschonden. De beslissing van de directie tot regimemutatie is niet
onwettig, onredelijk of onbillijk.

Ten slotte stelt klager dat hij al enige tijd om een monocel vraagt. Klager verduidelijkt evenwel niet wanneer hij deze vraag gesteld zou hebben en wanneer hij te weten kwam dat hij toch niet op de lijst stond voor een monocel. De klachtencommissie kan op die manier niet nagaan of de klacht tijdig is ingediend. Klager specifieert zijn klacht op dat vlak niet voldoende. Dit gedeelte van de klacht is dan ook niet-ontvankelijk.