Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0100

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VERBODEN VOORWERPEN

De klacht van klager is gericht tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam.

Wat betreft het daags nadien bezorgen van de beslissing tot fouillering op het lichaam, volgt de klachtencommissie de directie. De bestreden beslissing werd tijdig aan klager bezorgd. Ook wat betreft de uitvoering van de fouillering op het lichaam volgt de klachtencommissie de directie. Op dit vlak stelt de klachtencommissie dus ook geen onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid vast.

Wat betreft uiteindelijk de eigenlijke beslissing tot fouillering op het lichaam, brengt de klachtencommissie in herinnering dat een gedetineerde kan worden onderworpen aan een fouillering op zijn lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen bestaan dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Dergelijke beslissing dient met redenen omkleed te zijn.

Deze motivering is naar het oordeel van de klachtencommissie onvoldoende. De vermelding van “interne communicatie en observatie” is (te) vaag en dus geen individuele aanwijzing die een fouillering op het lichaam kon rechtvaardigen. Zo wordt bv. niet verduidelijkt en geconcretiseerd welke observaties er hebben plaatsgevonden en wat bij deze observaties ten aanzien van klager zou zijn vastgesteld. Ook in het verweer wordt louter vermeld dat er “meerdere observaties van het
personeel” waren dat klager en zijn celgenoten in het bezit zouden kunnen zijn van een gsm-toestel.

Een afdoende motivering impliceert niet dat alle individuele communicaties tussen het personeel en de directie zomaar kenbaar moeten worden gemaakt. Waar de directie op de zitting vermeldde dat zij niet alle manieren wenst toe te lichten waarop men kan weten of er ergens een gsm is, stelt de klachtencommissie dat dit in principe echter niets afdoet aan de verplichting om een beslissing tot fouillering op het lichaam te motiveren. In voorkomend geval en indien de voorwaarden
daartoe vervuld zijn, kan de directie toepassing maken van de in artikel 8 Basiswet bedoelde uitzonderingen op de motiveringsplicht. Dit is in dit dossier niet gebeurd. Zodoende was het noodzakelijk dat in voldoende concrete mate werd verduidelijkt welke observaties of vaststellingen deden vermoeden dat klager in het bezit was van een gsm-toestel. De enkele vermelding van het bestaan van ‘interne communicatie en observatie’ is geen geïndividualiseerde motivering. De klacht is ontvankelijk en gegrond.