Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0098

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht betreft een tuchtbeslissing, namelijk tien dagen ATV, die de klager opgelegd kreeg als gevolg van het aantreffen van verboden substanties in zijn cel. Deze cel deelde de klager met twee andere gedetineerden. De verboden substanties, die aangetroffen werden onder het hoofdkussen van het bed waarop de klager zich bevond, betroffen een halfgerolde verdachte sigaret met daarin een bruin bolletje verdachte substantie.

Klager werd uitgenodigd voor een tuchtzitting. Op de tuchtzitting ontkende klager dat het zijn bed was. Hij sliep er toevallig, omdat een andere persoon in de veiligheidscel zat. Hij ontkende ook iets met de situatie of de aangetroffen substantie te maken te hebben. Wat betreft de verboden substanties, vermeldde klager dat zijn celgenoot zijn verantwoordelijkheid zou nemen. De directie stelde hierop o.a. dat de andere personen zouden gehoord worden en daaruit dan de beslissing zou volgen. Klager voerde ten slotte nog een verweer met betrekking tot de verbroken zegels van een Blu-ray speler. Hij had deze gekregen van een oude celgenoot en heeft aan het onthaal aangegeven dat de zegel verbroken was en met de vraag om dit te vervangen.

In de bestreden tuchtbeslissing van 3 april 2023 werd uiteindelijk één tuchtinbreuk van eerste categorie aangekruist (het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties) en één tuchtinbreuk van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen). Klager kreeg als sanctie tien dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie bij de beoordeling van de feiten van de verboden substanties haar appreciatiebevoegdheid niet op de vereiste zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend en niet aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan. In dit dossier werd een verboden substantie aangetroffen in een cel die door drie personen, waaronder klager, werd gedeeld. Klager werd door een agendaprobleem van zijn advocate een dag eerder dan de geplande datum op een tuchtzitting gehoord. Hij ontkende elke betrokkenheid bij deze feiten en verklaarde dat zijn celgenoot de dag erop zijn verantwoordelijkheid zou nemen. Op deze tuchtzitting stelde de directie dat “de andere personen zullen gehoord worden en daaruit zal de beslissing volgen”. Uit de tuchtbeslissing van klager blijkt echter dat de tuchtbeslissing al enkele uren na de tuchtzitting werd genomen en dus vóór de celgenoten van klager werden gehoord.

In de Basiswet wordt bepaald dat de directeur een beslissing neemt binnen de vierentwintig uur nadat de gedetineerde werd gehoord. De vereiste van een zorgvuldige feitenvinding en de betrachting om de waarheid te achterhalen, primeerden in dit specifieke geval naar het oordeel van de klachtencommissie op de vereiste om in ieder geval een tuchtbeslissing te moeten nemen binnen 24 uren. De directie voerde in haar verweer nog aan dat, indien een celgenoot zijn verantwoordelijkheid had genomen, de tuchtsanctie van klager desgevallend wel aangepast zou geweest zijn. Dergelijke werkwijze strookt evenmin met de vereiste zorgvuldige feitenvinding. Bovendien valt niet uit te sluiten dat de celgenoten kennis hadden van het feit dat klager al tuchtrechtelijk gesanctioneerd was en om deze reden hun betrokkenheid bij de feiten ontkenden. Bovendien acht de klachtencommissie het niet afdoende aangetoond dat het bed waarin en het hoofdkussen waaronder de verboden substanties werden aangetroffen daadwerkelijk deze van klager waren.

Wat betreft het verbreken van de zegel van een Blu-ray-speler, stelt de klachtencommissie vast dat klager aanvoerde dat hij dit gemeld had aan het onthaal en zelf had gevraagd om een nieuwe zegel. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt niet op dit argument ingegaan. Het is voor de klachtencommissie dan ook onduidelijk of dit werd nagegaan en waarom dit argument van klager al dan niet werd gevolgd.

Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.