Ga verder naar de inhoud

BC/23-0202

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - MEERPERSOONSCEL - BIJSTAND ADVOCAAT - BEWIJS

Hoewel de directie terecht belang hechtte aan de rechten van verdediging en de tuchtrechtelijke hoorzitting een dag vervroegd werd om het recht op bijstand van een raadsman te verzekeren, kan zij zich vervolgens niet verschuilen achter de termijn uit artikel 144 §6 lid 1 van de basiswet om klager reeds te sanctioneren vooraleer het bewijslast onderzoek uit lid 2 goed en wel afgerond is.
De klachtencommissie heeft alleszins niet geoordeeld dat de termijn van 24 uur uit artikel 144 §6 lid 1 zonder meer kan worden overschreden, zoals het inrichtingshoofd thans suggereert.
Zij heeft slechts overwogen dat de termijn niet noodzakelijk overschreden zou zijn en dat klager hier bij een beperkte overschrijding mogelijk ondubbelzinnig afstand had van kunnen doen met zijn raadsman, zodat de rechtszekerheid daardoor geenszins in het gedrang komt.
De beroepscommissie merkt op dat de rechtszekerheid daarentegen in het gedrang komt wanneer, zoals de directie in haar verweer voor de klachtencommissie aanvoerde, de tuchtsanctie van klager desgevallend aangepast zou worden bij een latere bekentenis door een celgenoot. De klachtencommissie overwoog terecht dat dergelijke werkwijze evenmin strookt met de vereiste zorgvuldige feitenvinding en dat niet valt uit te sluiten dat de celgenoten kennis hadden van het feit dat klager al tuchtrechtelijk gesanctioneerd was en om deze reden hun betrokkenheid bij de feiten ontkenden.