Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0093

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De directie heeft zich gebaseerd op het RAD dat opgesteld is door de dienstdoende PBA. Een andere PBA wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport.

Klager betwist dat zijn handeling op de wandeling gerelateerd is aan een verboden substantie. De klachtencommissie merkt op dat er inderdaad niet met zekerheid kan gesteld worden of het ging om een verboden substantie. Het is zo dat er slechts absolute zekerheid kan bestaan omtrent de aard van de “verdachte substantie” na een expertise van een staal. Dit belet niet dat de gevangenisdirecteur in de vaststellingen van zijn medewerkers, getoetst aan de al dan niet geloofwaardige uitleg van de gedetineerde, voldoende gegevens kon vinden om in redelijkheid aan te nemen dat het inderdaad om een verboden product ging. De vaststellingen in het RAD zijn gedetailleerd en duidelijk (cf. supra). Klager voert een zeer specifieke handeling uit (het verkruimelen) waarop de directie zich kon steunen om in redelijkheid aan te nemen dat hem om een verboden product ging. De directie kon in dit geval de tuchtinbreuk bewezen achten. tuchtsanctie is wettig, billijk en redelijk.

De klacht is ongegrond.