KC04/23-0078
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Fouille à corps
FOUILLE - VOORLOPIGE MAATREGEL
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot een fouillering aan het lichaam. Klager meent dat de schriftelijke beslissing hem niet binnen de 24 uur betekend is. De termijn van kennisgeving van 24 uur die voorzien is in de Basiswet betreft een termijn van orde, d.i. een door een norm voorgeschreven termijn, waarbinnen men een bepaalde bevoegdheid moet uitoefenen, maar waarvan de overschrijding geen bevoegdheidsverlies met zich meebrengt om alsnog te oordelen. Het overschrijden van een termijn van orde hoeft met andere woorden niet noodzakelijk de nietigheid van de beslissing die erop volgt tot gevolg te hebben, mits er geen belangenschade is. Het komt de klachtencommissie voor dat de laattijdige
betekening voornamelijk is door de uitgang van klager en dat het nodige gedaan is om daarna zo snel mogelijk de beslissing aan klager te betekenen. De overschrijding van de termijn van 24 uur met twee uur maakt de beslissing dan ook niet onwettig. De klachtencommissie is wel van oordeel dat de motivatie van de fouille niet voldoet aan de wettelijke vereisten. In de beslissing staat dat de fouille wordt uitgevoerd om na te gaan dat er geen verboden substanties en/of communicatiemiddelen op het lichaam verborgen zijn, maar waarom dat men
daartoe een vermoeden heeft wordt niet vermeld. De beslissing is niet voldoende individueel gemotiveerd. Om die reden is de klacht tegen de fouille gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel. In het dossier ontbreekt de schriftelijke beslissing waarbij klager onder een voorlopige maatregel geplaatst werd. Ook is er geen rapport aan de directeur gevoegd waaruit het incident, zoals aangehaald door beide partijen, zou blijken. Er kan niet worden aangetoond of de plaatsing in de beveiligde cel gerechtvaardigd was. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is dan ook onwettig. De klacht is gegrond.
Wat betreft de tegemoetkoming is de klachtencommissie van oordeel dat de vernietiging van de bestreden beslissingen op zichzelf een voldoende tegemoetkoming uitmaakt.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot een fouillering aan het lichaam. Klager meent dat de schriftelijke beslissing hem niet binnen de 24 uur betekend is. De termijn van kennisgeving van 24 uur die voorzien is in de Basiswet betreft een termijn van orde, d.i. een door een norm voorgeschreven termijn, waarbinnen men een bepaalde bevoegdheid moet uitoefenen, maar waarvan de overschrijding geen bevoegdheidsverlies met zich meebrengt om alsnog te oordelen. Het overschrijden van een termijn van orde hoeft met andere woorden niet noodzakelijk de nietigheid van de beslissing die erop volgt tot gevolg te hebben, mits er geen belangenschade is. Het komt de klachtencommissie voor dat de laattijdige
betekening voornamelijk is door de uitgang van klager en dat het nodige gedaan is om daarna zo snel mogelijk de beslissing aan klager te betekenen. De overschrijding van de termijn van 24 uur met twee uur maakt de beslissing dan ook niet onwettig. De klachtencommissie is wel van oordeel dat de motivatie van de fouille niet voldoet aan de wettelijke vereisten. In de beslissing staat dat de fouille wordt uitgevoerd om na te gaan dat er geen verboden substanties en/of communicatiemiddelen op het lichaam verborgen zijn, maar waarom dat men
daartoe een vermoeden heeft wordt niet vermeld. De beslissing is niet voldoende individueel gemotiveerd. Om die reden is de klacht tegen de fouille gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel. In het dossier ontbreekt de schriftelijke beslissing waarbij klager onder een voorlopige maatregel geplaatst werd. Ook is er geen rapport aan de directeur gevoegd waaruit het incident, zoals aangehaald door beide partijen, zou blijken. Er kan niet worden aangetoond of de plaatsing in de beveiligde cel gerechtvaardigd was. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is dan ook onwettig. De klacht is gegrond.
Wat betreft de tegemoetkoming is de klachtencommissie van oordeel dat de vernietiging van de bestreden beslissingen op zichzelf een voldoende tegemoetkoming uitmaakt.