Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0064

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL – ONTSLAG

De klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klager gedeeltelijk werd afgezet van zijn werk. In de ordemaatregel werd bepaald dat klager niet langer kon werken in de werkhuizen voor één specifieke opdracht. De aanleiding voor deze gedeeltelijke afzetting was een RAD, waarin was vastgesteld dat klager tijdens zijn werkuren bepaalde computerprogramma’s had geopend die niet kaderden binnen zijn tewerkstelling. Op basis hiervan besliste de directie dat klager het in hem gestelde vertrouwen geschonden had.

De klachtencommissie acht de bestreden ordemaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zo hoorde de directie klager over deze situatie voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel. Deze ordemaatregel werd ook voldoende gemotiveerd. Daarnaast was de ordemaatregel gebaseerd op verschillende overwegingen, waaronder de reactie van klager toen de beambte hem aansprak (het snel afsluiten van een computerprogramma), zijn achtergrond als IT’er, het feit dat klager al eerder bepaalde zaken op de computer had ‘ontdekt’ en het feit dat klager slechts gedeeltelijk van zijn werk werd afgezet en dus wel aan het werk kon blijven voor andere opdrachten. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.