Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0016

Non fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHTBESLISSING

Klager kreeg bij tuchtbeslissing een sanctie van een sanctie van 7 dagen verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° van de Basiswet).
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de volgende elementen:
- het RAD van 12 januari 2023;
- de camerabeelden (getoond ter tuchtzitting in aanwezigheid van klager) en vermoedens gekoppeld aan het gedrag van klager dat op die beelden te zien is;
- vaststellingen inzake drugs gedaan bij de medegedetineerde waarmee klager contact had;
- de antecedenten van klager.
Klager voert in zijn klacht geen concrete tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD maar stelt enkel dat hij na de wandeling geen fouille op het lichaam onderging, noch een celfouille.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op het RAD, de daarin opgenomen feiten op basis van alle voornoemde elementen bewezen achtte en ze aan klager toerekende. Door de camerabeelden te herbekijken deed de directie bovendien aan zorgvuldige feitenvinding. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° van de Basiswet).
De klachtencommissie acht de kwalificaties die de directie aan de feiten gaf correct. Klager kreeg een verbod van 7 dagen deelname aan de gemeenschappelijke wandeling opgelegd. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.